Kritiek van de Sportieve Rede; een filosofische archeologie van de moderne sport

Op 24 september 2020 zal Sandra Meeuwsen vanaf 15.00 uur haar proefschrift ‘Kritiek van de Sportieve Rede; een filosofische archeologie van de moderne sport‘ in het openbaar verdedigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Inzet van de verdediging is het verkrijgen van de titel ‘Doctor in de Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen’. Promotor is Prof. Dr. Marc Van den Bossche.

De openbare verdediging zal vanwege de corona-omstandigheden in Brussel via een livestream te volgen zijn. Meeuwsen verdedigt zelf vanuit het Olympisch Stadion A’dam, waarbij een beperkt aantal gasten aanwezig kan zijn. Met een e-mailbericht aan Sandra.Meeuwsen@vub.be ontvang je enkele dagen voor 24 september de inloggegevens voor de livestream.

Voorintekening op het proefschrift (€ 19,50) is mogelijk via www.sandrameeuwsen.nl

Toelichting bij de inhoud

De veel geroemde ‘kracht van sport’ kent helaas ook een keerzijde, waar de sport zich liever van afwendt: geweld, racisme, seksuele intimidatie, doping, matchfixing en ondermijning. Hoe valt deze bijzondere ambiguïteit van de moderne sport te begrijpen? Wat is de betekenis van de spanning tussen de productieve en destructieve krachten in de sport? En is een gezonde evolutie van de moderne sport nog wel mogelijk? In ‘Kritiek van de Sportieve Rede’, het doctoraatsproefschrift van Sandra Meeuwsen, staan deze vragen centraal. De studie bevat een archeologische analyse van de waarheidsproductie over sport vanuit drie dominante ontologische paradigma’s: de moreel prioritaire ‘sport-als-spel’ mythe, het agonale ‘sport-als-strijd’ paradigma en het verboden discours over ‘sport-als-seks’.

Sportief bewegen garandeert een gezonde leefstijl en de samenkomst in sportclubs of evenementen bevordert de sociale cohesie. Als een magneet trekt het spektakel van de moderne sport ons aan, of we nu zelf deelnemen, toeschouwen of helpen organiseren. Helaas kent de zogenaamde ‘kracht van sport’ ook een keerzijde, waar de sport zich liever van afwendt: geweld, racisme, seksuele intimidatie, doping, matchfixing en ondermijning. Hoe valt deze ambiguïteit van de moderne sport te begrijpen? Wat is de betekenis van de spanning tussen de productieve en destructieve krachten in de sport? En is een gezonde evolutie van de moderne sport nog wel mogelijk? Dit zijn de vragen die aan bod komen in mijn proefschrift. Om hier antwoord op te geven heb ik de waarheidsproductie over sport geanalyseerd aan de hand van drie dominante ontologische paradigma’s: de ‘sport-als-spel’ mythe, het ‘sport-als-strijd’ paradigma en het verboden discours over ‘sport-als-seks’. Deze sportfilosofische studie ontsluit een nieuw begrippenkader voor het duiden van sport vanuit de integratie van de volgende continentale denkers: Spinoza, Nietzsche, Georges Bataille, Michel Foucault, Jacques Lacan, Julia Kristeva, Gilles Deleuze, Michel Serres en Giorgio Agamben.

Foto: Robert Zwart

Sandra Meeuwsen (Curaçao, 1966) ontdekte tijdens haar studie Filosofie aan de Radboud Universiteit (1984-1990) de baanatletiek (800 – 3000 m), vanaf 1992 verbreed naar de triathlonsport. In de laatste discipline presteerde zij in Nederland op top 10 niveau en was zij ook actief als trainer-coach. Sinds 1994 werkt zij als beleidsprofessional in de sport, eerst bij NOC*NSF en vanaf 2008 als changemanager voor landelijke beleidspartners, sportfederaties, gemeenten, sportbedrijven, provincies en ministeries. Daarnaast doceert zij wetenschapsfilosofie binnen de Master Strategy & Leadership (AOG School of Management) en de Executive MBA Sports & Health aan de Wagner Graduate School te Groningen.

Geen reactie's

Geef een reactie