Hoe het Nederlandse vrouwenvoetbal begon

Nee, geen voetbal, met van die ‘spurtende, trappende, blazende, hijgende, zweetende’ vrouwen

 

Nederlands vrouwenvoetbal: hoe het begon


Helge Faller

De geschiedenis van het vrouwenvoetbal in Nederland had kunnen beginnen in 1896, als de British Ladies’ Football Club verschillende Nederlandse clubs aanschrijft om de belangstelling te peilen voor een wedstrijd. Het Rotterdamse Sparta reageert, maar de KNVB grijpt in. Het duurt tot 1914 voordat de eerste Nederlandse vrouwenvoetbalclub wordt opgericht en tot 1920 voordat de eerste vrouwenwedstrijd wordt gespeeld. In dit artikel een schets van de vroegste periode van het Nederlandse vrouwenvoetbal.

 

De British Ladies’ Football Club wordt op 1 januari 1895 in Engeland opgericht, met als doel het door demonstratiewedstrijden propageren van vrouwenvoetbal. Bij afwezigheid van tegenstanders wordt het spelersbestand in tweeën gedeeld voor de eerste wedstrijd op 23 maart 1895 op Crouch End in Noord-Londen. De 11.000 toeschouwers die op de noviteit afkomen, leven zich vooral uit in geroep en gehoon. ‘Amusant geknoei’ heet het in een uitgebreid verslag in het sportblad De Athleet. De Ladies’ Club maakt vervolgens een toernee van zo’n honderd demonstratiewedstrijden in twee jaar, met veel publiciteit, die ook het nodige losmaakt in de lopende discussie over ‘Vrouwenrechten’. Eind 1896 wordt het slopende schema de dames te veel en zakt de British Ladies’ Football Club door de hoeven. Maar niet nadat de club zich nog heeft gericht op het continent. HVV uit Den Haag ontvangt in juni 1896 een uitnodiging en wijst hem af, maar Sparta heeft er wel oren naar. De Rotterdamse vereniging is avontuurlijk ingesteld. In maart 1893 heeft Sparta als eerste in Nederland tegen een Engelse club gespeeld: Harwich & Parkeston F.C. (recht aan de overkant). Spelers van de Engelse F.C. werden daarna opgesteld in de Nederlandse competitie, totdat de NVB daaraan – al snel – een einde maakte. En nu is er dus zicht op een wedstrijd tegen de Engelse ladies.

De match moet plaatsvinden op 30 augustus 1896 op het exercitieterrein in Crooswijk, maar als de NVB wakker wordt, volgt ook hier een verbod. Althans: een dreigement met die strekking. Omdat wedstrijden tegen de Ladies’ Club ‘den goeden naam van het voetbalspel zouden schaden, en dus in strijd zijn met artikel 1 B der Statuten’, ontzegt de bond ‘allen bondsleden de mededinging in genoemde wedstrijden, op straffe van disqualificatie voor het volgend seizoen.’ Sparta bindt protesterend in en probeert tevergeefs de gemaakte kosten op de bond te verhalen. De Athleet wijst er in een commentaar op dat ‘sport voor dames’ zeker dient te worden aangemoedigd, zoals in het zwemmen, tennis en wielrijden gebeurt, maar voetbal absoluut niet, met zijn ‘spurtende, trappende, blazende, hijgende, zweetende’ vrouwen. Voetbal zal nooit en te nimmer een sport voor vrouwen zijn; iedereen die van voetbal ook maar ‘een greintje verstand’ heeft, zal dit meteen erkennen.

Cartoon uit het Rotterdamsch Nieuwsblad (18 september 1911): 14, onder de titel ‚‘De Zilveren Voetbal voor Dames’, met als onderschrift: ‘Wij geven hierbij een afbeelding, hoe aardig het zou doen, indien de dames konden besluiten zich ook tot elftallen te combineeren; wij twijfelen geenszins of de Zilveren-Voetbal-Commissie zal bereid gevonden worden om een tweede bal ter beschikking te stellen en het feestmaal bij Ulrich te besluiten met een gala-Bal.’

Pionierende clubs
Vóór de Tweede Wereldoorlog zijn er berichten over vrouwenvoetbal in landen als Frankrijk, Duitsland, Spanje, Rusland en de Verenigde Staten. In Engeland wordt ladies football populair tijdens de Eerste Wereldoorlog, vooral door fabrieksteams van vrouwen die worden ingeschakeld bij de war effort. Dick, Kerr Ladies’ F.C. van de gelijknamige munitiefabriek in Preston, Lancanshire groeit uit tot een kleine sensatie met demonstratiewedstrijden met veel publiek door het hele land, vaak voor goede doelen, en met tournees in het buitenland, met name Frankrijk. Het aantal clubs groeit, maar eind 1921 doet de Football Association het vrouwenvoetbal in de ban: ‘[T]he game of football is quite unsuitable for females and should not be encouraged.’ Het Dick, Kerr-team zoekt zijn heil in achterafveldjes en in het buitenland, maar de wedstrijden worden steeds schaarser. Pas in 1971 erkent de Engelse bond het voetbal voor vrouwen.

In Nederland komt de eerste melding in oktober 1908 uit Hengelo, waar in een plaatselijk blad een oproep staat voor liefhebsters ‘ten einde te geraken tot de oprichting eener dames-voetbalclub’. Maar het is onbekend of er daadwerkelijk een club is opgericht, laat staan of er wedstrijden gespeeld zijn. In Amsterdam wordt eind mei 1914 de oprichting van de Eerste Nederlandsche Dames Voetbal Vereeniging gemeld, met als initiatiefneemsters de dames A. Tulleken, J. Korlaar en J. van Rheenen. Het plan is een trainer te zoeken en zestien dames melden zich aan. Maar verder nieuws ontbreekt; de Eerste Wereldoorlog zal tussenbeide zijn gekomen. Niettemin zou er tijdens die oorlog in Rotterdam een poging zijn gedaan vrouwenvoetbal van de grond te krijgen. De bekende sportjournalist H.A. Meerum ter Wogt publiceert in 1924 een artikel getiteld ‘Dames-voetbal’, waarin hij rept (‘‘t was nog oorlog’) over ‘Kuische meisjes, die van het kuische Sparta-bestuur verlof kregen om ’s Zondagsochtends heel vroeg te spelen op Spangen!’ Het ronduit denigrende stuk schrijft verder over ‘x- of o-beenen’, ‘snoezige broekjes en strak-gespannen truitjes’ en vindt het een ‘walgelijk’ gedoe.

In 1955 verschijnt een groot stuk over het dan – tegen de verdrukking in – opkomende naoorlogse Nederlandse vrouwenvoetbal in Het Vrije Volk, waarin het – nog steeds – wordt gekwalificeerd als ‘een comedie’ en ‘waardeloos’. Frans Ietswaard, oud-secretaris van de Amsterdamsche Volksvoetbalbond, memoreert daarbij een ‘poging’ in Amsterdam in 1904-1905 en vertelt dat hij in 1910 scheidsrechter was bij een wedstrijd met een vrouwenteam van ‘Wittenburg’. Die wedstrijd heeft inderdaad plaatsgevonden, maar pas in 1920 en als hij zich voor de eerdere ‘poging’ evenzo tien jaar vergist, zou dat goed kunnen slaan op de al genoemde Eerste Nederlandsche Dames Voetbal Vereeniging.

De vroege jaren twintig
In Engeland neemt het vrouwenvoetbal rond 1920 kortstondig een hoge vlucht, waarbij het Dick, Kerr-team, dan samengesteld uit meerdere vrouwenteams (Plymouth Ladies’ F.C., Fleetwood, Rochdale, etc.), verschillende wedstrijden speelt tegen Franse teams, zowel thuis als uit. Berichten daarover dringen door tot Nederland en in de loop van het jaar worden ook hier activiteiten gemeld. Het Sportblad kondigt aan dat de Amsterdamsche Voetbal Vereniging Blauw-Wit op 7 juni het zomerseizoen zal openen met een ‘openluchtfeest’ op het terrein in de Watergraafsmeer. ‘[A]ls clou van het programma geldt dan een gecostumeerde voetbalwedstrijd gedurende 2 x ¼ uur voor dames. […] Dit is, voorzoover ons bekend, de eerste wedstrijd op dit gebied, hier te lande.’ Maar later meldt de Sportkroniek dat dit zou zijn mislukt: ‘Eenige Blauw Wit dames konden van het Blauw Wit bestuur geen toestemming krijgen om in het Stadion te mogen oefenen. Ze hebben zich toen toch maar laten kieken in voetbal-costuum en dat was lang niet onaardig.’

Maar op 25 juli 1920 in Oostzaan is het wél prijs. Er wordt een wedstrijd aangekondigd tussen vrouwenelftallen van de plaatselijke korfbalvereniging Unie en ‘Wittenburg’, afkomstig van de gelijknamige ‘eiland-wijk’ in Oost-Amsterdam. Tot teleurstelling van een paar honderd toeschouwers, onder wie enige Oostzaanse raadsleden, komt Wittenburg echter niet opdraven. Er wordt als vervangende tegenstander een Oostzaansche Sport Vereeniging geïmproviseerd: ‘Om 2.15 uur ving de wedstrijd aan. Al dadelijk ontwikkelde zich een aardig spel, waarbij het “Unie”-elftal iets in de meerderheid was. Na 10 minuten spelen scoorde “Unie”. Hoewel “Unie” ook later in de meerderheid was, bleef verder doelpunten uit, zoodat “Unie” met 1-0 won.’

Toch heeft Wittenburg op dat moment wel degelijk een vrouwenelftal. De wijk heeft ter afleiding van de armoede en sociale problemen een eigen buurtvereniging met een korfbalclub, waarbinnen in 1920 ook een vrouwen-voetbalvereniging wordt opgericht, waarschijnlijk met uit dat korfbal gerecruteerde spelers.15 De wedstrijd genoemd door Ietswaard in het Het Vrije Volk (1955) gaat tussen Wittenburg en een team van de ‘Indische Buurt‘ er vlak naast:

‘In de eerste helft heb ik precies twintig keer moeten onderbreken, omdat er een speelster bijgebracht moest worden. In de tweede helft was het niet meer te tellen. Wittenburg kon er totaal niets van. De dames van de Indische Buurt hadden ten minste nog het idee, dat die bal in het doel van de anderen moest. Maar ze konden er niet doorkomen, want ze waren bang voor de linksback van Wittenburg. Een enorme vrouw met woest rood kroeshaar. Niemand durfde ook maar in haar buurt te komen. Na de rust zag ik haar niet meer. Ik vroeg aan de aanvoerster: “Waar is je linksback gebleven?” Ze antwoordde: “O, die neemt even haar moederlijke plichten waar.” En ja hoor, ze zat aan de kant haar kind de borst te geven. Daarvan heeft de Indische Buurt gebruik gemaakt om gauw even twee punten te scoren. Zodoende liep het met twee-nul af.’

Of deze wedstrijd vooraf gaat aan die in Oostzaan is niet te achterhalen. Recent is er zelfs een elftalfoto opgedoken van het Wittenburg-team uit juni 1920, het eerste op beeld vastgelegde Nederlandse vrouwenteam.

Oostzaan, Oost-Amsterdam… en Limburg doet ook mee. Rond dezelfde tijd verschijnt er een bericht over Arcen bij Venlo, waar flink wat teams blijken te voetballen: ‘Dan krijgen we nummer 6 en wel de Dames-voetbalclub. Er gaat geen avond voorbij of er wordt geoefend van 7 tot 10 uur. Vooral de Damesclub gaat met den dag vooruit.’ ‘Wie zou dit ooit van Arcen gedacht hebben?’, beëindigt de schrijver zijn bericht.

‘De eerste Nederlandsche dames-voetbal vereeniging te Amsterdam opgericht; de naam der vereeniging is “Witteburg”. Opname op het terrein achter de Indische wijk bij den Zeeburgerdijk.’ Bron: De Prins (12 juni 1920): 288, met dank aan Glenn Duijzer op Twitter, 4 oktober 2019.

In het land
Begin 1921 wordt de oprichting gemeld van vrouwenclubs in verschillende plaatsen. In januari in Rotterdam wil weer een club gaan oefenen op het veld van Sparta en in februari in Haarlem is vrouwenvoetbalvereeniging T.O.P. in de weer op ‘het Politieterrein’ aan de Middenweg in Schoten. In juni-juli is er ophef in Roermond, als de voetbalvereniging Elf-Elf, van de sociëteit die het carnaval organiseert, een paar keer een dame als keeper opstelt.

Op Koninginnedag 31 augustus organiseert de Zuid-Arnhemsche Voetbal Vereeniging iets speciaals:

‘Damesvoetbalwedstrijd. De Zuid-Arnhemsche Voetbalvereniging had ter eere van Koninginnedag een damesvoetbalelftal uitgenoodigd om zich met haar eerste elftal te meten. Het was voor Arnhem waarschijnlijk de eerste maal dat een dergelijk sportevenement plaats had, zoodat vrij veel publiek op het terrein aan de Broekstraat was saamgestroomd. Het ging er toe als bij een heuschen voetbalwedstrijd. De aanvoerder van Z.A.V.V. bood voor den aanvang zijn vrouwelijke collega een bloemstuk aan en voegde daarbij den wensch, dat de dames in de toekomst vele lauweren zouden mogen oogsten en Z.A.V.V. nog meerdere malen de tegenpartij zou mogen zijn. Daarna ving de wedstrijd aan onder leiding van den heer A. de Beijer. De dames werkten met een enthousiasme, waaraan vele voetballers nog een lesje konden nemen. Het succes bleef niet uit. Tweemaal werd de doelverdediger van Z.A.V.V. gepasseerd en eerst na de rust maakten de heeren een tegenpunt. Den dames werd na afloop een ovatie gebracht en het bestuur van Z.A.V.V. werd gecomplimenteerd met het welslagen van deze ontmoeting.’

Mogelijk als gevolg van dit succes wordt in november de oprichting van de Arnhemse vrouwenvereeniging Prinses Juliana gemeld.

Al deze berichten hebben een gemene deler: ze zijn eenmalig en na 1921 wordt er niets meer van vernomen. In april 1921 houdt het weekblad De Amsterdammer een enquête onder 23 maatschappelijk vooraanstaande vrouwen over vrouwenvoetbal. Onder de vele negatieve reacties trekt van alles voorbij, van ‘onaesthetisch’ via onflatteuze kleding naar mogelijke fysieke schade, en uiteindelijk concludeert de redactie ‘een nederlaag met 2-21’. In een tijd waarin gelijke kansen en rechten voor man en vrouw wel degelijk een thema zijn, ziet de vrouwelijke elite voetbal niet als de weg vooruit.

In de tien jaar van 1922 tot 1932 zijn er incidentele berichten over vrouwenvoetbal,22 maar in feite ligt het in Nederland vrijwel stil. Opmerkelijk genoeg schrijft de Engelse The Yorkshire Post in januari 1922 dat het team van de ‘the newly formed English Ladies’ Football Association’ een oefenwedstrijd heeft gespeeld tegen het vrouwenteam van Grimsby ‘in view of forthcoming international games with France and Holland’, maar het is tekenend dat ook daar verder niets meer over vernomen wordt.

Damesvoetbalteam Celcia op Tweede Pinksterdag (5 juni) 1933. Haagsche Courant (20 juni 1933): 5.

Celcia in Den Haag
De Haagsche Courant van 7 juni 1933 bevat het volgende bericht: ‘Damesvoetbal. H.V.V. “Celcia”. De hier ter stede bestaande Haagsche voetbalvereeniging “Celcia” heeft een onderafdeeling opgericht, n.l. een dames-elftal. Bij deze damesafdeeling kunnen nog speelsters geplaatst worden. Het doel is, na ernstige training eventueele tegenstandsters te ontmoeten. Dames, die hieraan wenschen deel te nemen, gelieven zich aan te melden bij de vice-presidente der club, mej. Quirie, Rembrandtstraat 289 I, alhier.’

Celcia was een plaatselijk succesvolle voetbalvereniging in de Haagsche Voetbal Bond begin jaren twintig, die ondanks een kampioenschap van de 3e klasse in 1923 werd geroyeerd wegens wanbetaling. De naam wordt in 1932 hergebruikt door een club die gaat spelen in de Haagsche Bedrijfsvoetbalbond en in het Pinksterweekend van 4-5 juni 1933 nieuwe faciliteiten opent aan de Leyweg in Den Haag, met een groot voetbaltoernooi en ‘het eerste optreden eener damesploeg’. Het Polygoon-bioscoopjournaal vindt het initiatief zo nieuwswaardig dat het er een item aan wijdt, waarschijnlijk gefilmd tijdens het feestelijke Pinksterweekend, waarop de vrouwen van het elftal onderling baltrappend te zien zijn.

Op 9 juli speelt Celcia zijn eerste wedstrijd tegen S.D.O., een Delftse club uit het Haagse bedrijfsvoetbal, die een geïmproviseerd vrouwenteam in het veld brengt op het sportcomplex aan de Brasserskade op de grens tussen Den Haag en Delft. Het veel beter getrainde Celcia wint met 4-0.

In juli en augustus zijn er meldingen van vrouwenvoetbalactiviteiten in Apeldoorn (aangekondigde wedstrijd), Groningen (oprichting van ‘Martini’ als vrouwenafdeling van Velocitas; nieuwe oproep in april 1934), Lochem (aangekondigde wedstrijd in het kader van festiviteiten rond ‘700 jaar Lochem’) en Haarlem (eerste oproep in november 1932, nu hernieuwd). De kranten, landelijk en regionaal, pakken eind juli groot uit bij de oprichting van de Eerste Amsterdamsche Dames Voetbalvereeniging, met meteen al honderd leden, met als beoogd trainer de Ajax-speler Henk Mulders en met grote ambities. 29 Net als tien jaar eerder hebben al deze activiteiten met elkaar gemeen dat er geen zichtbaar vervolg op komt.

A.V.V. de Franklin-Girls. Bron: De Telegraaf (18 augustus 1933): 4.

Bobo’s vullen een enquête in
Rond dezelfde tijd herhaalt het gezaghebbende blad De Revue der Sporten de enquête van 1921, nu onder bobo’s uit de sportwereld. Het resultaat is niet anders: vrouwenvoetbal is ‘onesthetisch’ (Luit.-kol. P.W. Scharoo, lid van het I.O.C.), ‘on-vrouwelijke gedoe’ (KNVB-bestuurder Karel Lotsy) en ‘in strijd met het teere, zachte en bevallige wezen der vrouw’ (Pim Mulier, sportbestuurder en -propagandist in ruste). Als de bekende radioverslaggever Han Hollander woordgebruik in de aankondiging van de enquête (‘[d]e epidemie, in Den Haag uitgebroken’) bestempelt als ‘vooringenomenheid’ en vermoedt dat vrouwenvoetbal wel eens ‘verfrissching’ zou kunnen brengen, wordt hij door de redactie ruw terecht gewezen: ‘Moeten we dan a priori deze modernigheid, die volgens onzen gewaardeerden confrère een blijspel is, met dramatischen ernst behandelen? Indien de jonge beweging, die inderdaad vooralsnog onze instemming niet heeft, geen critiek kan verdragen, dan verdient ze het loodje te leggen.’

De Franklin-Girls tijdens een trainingssessie. Bron: De Telegraaf en Algemeen Handelsblad (25 augustus 1933): 4.

Half augustus is er toch weer goed nieuws uit Amsterdam. Er is daar nu de damesvoetbalvereeniging ‘The Franklin-Girls’ actief, die plaats heeft voor vijftig leden en oefent in de Groote IJpolder bij Sloterdijk. Het bestuur bestaat uit de dames ‘J. Hiddes, voorz., De Soet, secr. en Van Doest, penn.’, met het secretariaat gevestigd op de John Franklinstraat 44 (2 hoog) in de ontdekkingsreizigersbuurt in West.31 Met een aantal sprekende foto’s in de landelijke bladen krijgt de club onmiddellijk veel aandacht.

De Franklin Girls houden het voorlopig bij training, waar zij overigens bezoek krijgen van De Revue der Sporten. Verslaggever ‘P.B.’ beschrijft een ‘walgelijke uitwas’ van jonge vrouwen die naar Sloterdijk waren gekomen om tussen de koeien ‘kirrende kreten te slaken, zich in voetbalbroeken(!) te wikkelen… en “manmoedige” pogingen te doen tegen een bal te trappen in plaats van er overheen.’

Voor de Haagse Celcia-dames staat in september 1933 – aan het begin van het nieuwe seizoen – een oefenwedstrijd aangekondigd tegen de mannenveteranen van S.N.A. uit de Haagse bedrijfscompetitie, maar het resultaat daarvan is onbekend. Zulke wedstrijden worden bij gebrek aan vrouwen-tegenstand de gewoonte: meermaals dat seizoen zijn veteranen- en adspirantenteams de tegenstanders. In juli 1934 wordt de Bedrijfsvoetbalbond een onderafdeling van de Haagsche Voetbal Bond. Als die zijn aangesloten verenigingen verbiedt te spelen tegen vrouwenelftallen wordt het vinden van zulke tegenstanders helemaal flink moeilijker.

Franklin Girls (links) en Chelcea, match in Amsterdam op 1 april 1934. Rechts in het midden, met mutsje: Jebby ten Kate. Bron: Haagsche Courant (3 april 1934): 5.

Chelsea versus de Franklin Girls
Maar voorjaar 1934 is ook een nieuw begin. Op eerste paasdag 1 april spelen in Amsterdam de Franklin Girls hun eerste wedstrijd, met als tegenstander het ‘Haagsche Damesvoetbal-elftal Chelsea’. Deze Haagse voetballende vrouwen hebben zich rond deze tijd losgemaakt van vaderclub Celcia, die zelf na mei 1934 niet meer in uitslagen voorkomt en vermoedelijk, ondanks zijn maar liefst vier elftallen in de plaatselijke competitie, is opgeheven. Dat het nieuwe ‘dames-voetbalelftal’ meer is dan alleen maar een voortzetting van het vrouwen-Celcia blijkt wel als het in juni 1935 een grote feestavond organiseert ‘[t]er gelegenheid van haar éénjarig bestaan’. Als trainer fungeert de zeventienjarige Henk van der Naaten, zelf in 1934 speler bij Blauw Zwart en de zoon van Jacoba ‘Coba’ van der Naaten-van der Sluis, die mede-oprichtster van het damesteam is en als ‘linksbinnen’ speelt. Rond de clubnaam heerst overigens een merkwaardig misverstand. De dames zijn, zo vermeldt Henk, ‘stapelmesjogge’ van het Londense Chelsea, maar nemen de naam door ‘een kleine verschrijving’ over met een c en spellen het als ‘Chelcea’. Op hun beurt nemen de kranten die verschrijving echter niet over. De club heeft ook een nieuw bestuur; Wes ten Kate is voorzitter, Coba is secretaresse, en ‘T. v.d. Meer’ is ‘penningmeesteresse’, met als clubadres Zuid Binnensingel 111 (de huidige Buitenom). Volgens Chelcea-speelster Jebby ten Kate moet haar zus Wes als keepster de punten voorkomen en en loopt zij ‘in de voorhoede om ze te máken’. Jebby is de enige in het team met een sportmutsje en vlak voor de wedstrijd strijkt ze haar ‘kleding altijd puntje precies’, zodat ze het ‘dametje van het veld’ wordt genoemd.

De match tussen Chelcea en de Franklin Girls vindt plaats op het terrein van de A.F.C. Argus ‘einde Jan van Galenstraat’, ook een zeeheld in de Girls’ eigen buurt. Alweer is er geen resultaat beschikbaar, maar dat er wel degelijk is gespeeld blijkt uit een foto in de Haagsche Courant, waarop beide teams gezamenlijkzijn afgebeeld.

Het damesteam van Chelcea dat op eerste pinksterdag 20 mei 1934 de returnwedstrijd tegen de Franklin Girls speelt. Staand, tweede van links: Coba van der Naaten. Zittend, in het midden: clubvoorzitster en keepster Wes ten Kate. Bron: Stolk, Ger, e.a. Jubileumboek Vrouwenvoetbal. KNVB. Zeist: KNVB, 1997, 17.

Op eerste pinksterdag 20 mei wordt in Den Haag de returnmatch gespeeld, op het terrein van Zwart Blauw aan de Fruitlaan in Zuid. Een regionale krant geeft een opvallend positief verslag: ‘Het spel der Haagsche dames was goed vooruitgegaan, beter begrip van plaatsen en positie kiezen en er werden dikwijls aardige staaltjes voetbal vertoond. […] Speciale vermelding verdienen de midhalf, de midvoor en de vrouwelijke portier [doelverdedigster?], die een bijzonderen kijk op het spel bleken te hebben.’ Er blijken 2500 toeschouwers te zijn geweest die ‘hebben genoten’.

Krachtig kort
Op deze Haags-Amsterdamse basis begint vanaf zomer 1934 het Nederlandse vrouwenvoetbal te groeien. Chelcea opent op 5 augustus een eigen terrein op het sportcomplex aan de Vredenburchweg in Rijswijk met een wedstrijd tussen twee eigen teams en slaagt er nog steeds in mannenteams te vinden om tegen te oefenen, in augustus-september zelfs dertien maal in zeven weken. Eind juli wordt in Rotterdam de damesvoetbalvereeniging Baanbreeksters (Roba) opgericht dat op 7 oktober in Rijswijk tegen Chelcea speelt: 4-1 (tweede teams) en 8-0 (eerste teams); en op 21 oktober nog eens, in Rotterdam: 2-0 (voor Roba 2) en 1-8. Van de eerste ontmoeting wordt weer een Polygoon-item gedraaid, circulatiedatum 14 oktober 1934. Als in oktober in Amsterdam de damesvereniging Olympia wordt opgericht, spelen vier clubs uit de drie grote steden op zondag 25 november in Amsterdam het eerste Nederlandse vrouwenvoetbaltoernooi. Chelcea verslaat in de finale de Franklin Girls met 1-0.

In 1935-1936 spelen er twee parallelle ontwikkelingen. Het aantal clubs neemt snel toe; voor Rotterdam zijn er dan zeven bekend, voor Amsterdam vier, voor Den Haag en Leiden twee. Het wordt een kleine Gouden Eeuw van wedstrijden, tussen deze clubs onderling en incidenteel als demonstratie ‘in de provincie’. In oktober 1934 wordt de Rotterdamsche Dames- Athletiek- en Voetbalbond opgericht, in augustus 1935 de Haagsche Damesvoetbalbond en in Amsterdam zelfs de Nederlandsche Damesvoetbalbond. Tegelijkertijd neemt echter de repressie van de bestuurders toe. In augustus 1934 meldt de K.N.V.B. ‘dat maatregelen tegen het damesvoetbal reeds in overweging zijn’ en in mei 1935 verbieden de burgemeester en vervolgens de gemeenteraad van Overschie na ‘klachten’ (blote vrouwenknieën op zondag) vrouwenvoetbal op het vaste terrein van Roba aan de Hoogenbanstraat, wat een flinke klap is voor de Rotterdamse vrouwen. In oktober van dat jaar vraagt het gemeentebestuur van Amsterdam aan de K.N.V.B ‘welke maatregelen genomen kunnen worden om vrouwenvoetbal tegen te gaan’, waarna in een bestuursvergadering van 17 december 1936 voorzitter Van Prooye voorstelt, net als in Engeland en Frankrijk, de aangesloten ‘vereenigingen te verbieden haar terreinen voor damesvoetbal beschikbaar te stellen’.

De bestuurders winnen en zo komt een eind aan de eerste krachtige maar korte bloeiperiode van Nederlands vrouwenvoetbal. Na de oorlog meldt zich halverwege de jaren vijftig een nieuwe generatie. En op 6 augustus 2017 worden de opvolgers van Coba van der Naaten en de andere pioniers door een 4-2 overwinning op Denemarken in Enschede Europees kampioen.

Afkomstig uit

Geen reactie's

Geef een reactie