Cricket en het eerste Vitesse

Overname uit Arnhems Historisch tijdschrift, december 2017

Met dank aan Ferry Reurink en Prodesse Conamur (uitgever Arnhems Historisch tijdschrift)

19de eeuwse jeugdrages in Arnhem
Cricket en het eerste Vitesse, dat ook voetbal introduceert

Ferry Reurink

Vitesse, 125 jaar oud geworden op 14 mei 2017, begon net als vrijwel elke Nederlandse voetbalclub in de 19de eeuw als cricketvereniging. De leden van de clubs zochten na afloop van het seizoen van deze zomersport – die goede terreinomstandigheden vereist – naar (team)vermaak en een manier om in de herfst en winter fit te blijven. Voetbal blijkt hiervoor een uitstekende activiteit. Bij Vitesse wordt reeds in het eerste najaar na de oprichting gevoetbald, in oktober 1892. Maar al eerder was er in Arnhem een club onder de naam Vitesse actief die zich bezighield met zowel cricket als voetbal. Deze vereniging werd opgericht in april 1887 en hield vanwege het ontbreken van een geschikt speelterrein in oktober 1891 op te bestaan. In dit artikel een reconstructie van de lotgevallen van dit ‘oer’-Vitesse en tevens de vroegste geschiedenis van het cricket, oftewel de ‘King of Sports’, in Arnhem.

Engelse leest
In het vroeg geïndustrialiseerde Engeland heeft de bevolking eerder dan waar ook in Europa grote behoefte aan beweging in de buitenlucht. Zowel arbeiders – het credo van Robert Owen, de initiatiefnemer van de achturige werkdag in 1817, luidt niet voor niets ‘Eight hours labour, eight hours recreation, eight hours rest’ – als studenten op public schools en universiteiten storten zich op allerlei vormen van sport en beweging, waaronder een aantal balsporten. Rugby en het later hieruit afgeleide ‘association football’ (kortweg ‘football’ of ‘soccer’, voetbal in het Nederlands) wordt in diverse lagen van de bevolking populair; het in 18de eeuw bij de Britse aristocratie veel beoefende cricket groeit ook maar blijft toch vooral een bezigheid voor de ‘upper class’.

Cricket waaide via het kostschoolonderwijs over naar Nederland. Al zeker midden jaren veertig van de 19de eeuw wordt de sport beoefend op jongensinternaat Noorthey in Veur bij Voorschoten (Zuid-Holland). Daarna volgen ook andere onderwijsinstellingen waaronder de Utrechtse universiteit en de kostschool die Otto Johannes Schreuders (1828-1886), voormalig onderwijzer op Noorthey, in 1861 opent in Noordwijk-Binnen.[i] De op Engelse leest gestoelde kostscholen worden bezocht door jongens uit de Nederlandse elite. Naast uitstekend onderwijs in aanloop naar verdere studies en uiteindelijk een goede maatschappelijke carrière, is er op deze internaten veel aandacht voor lichamelijke beweging. Juist kostschoolleerlingen blijken vervolgens uitstekende promotors van de door hen beoefende sporten buíten de instellingen. Anders dan in Engeland blijft het beoefenen van en de betrokkenheid bij sport mede hierdoor vooral een aangelegenheid voor het welgestelde deel van de bevolking. De elite mengt zich immers nauwelijks onder ‘het volk’ en daarnaast is er gewoon nog onvoldoende vrije tijd bij de midden- en arbeidersklasse om zich op welke wijze dan ook bezig te houden met sport.

Pim Mulier
Willem Johan Herman (Pim) Mulier (1865-1954), een van de sportpioniers van ons land, zag naar eigen zeggen op de eerdergenoemde Noordwijkse kostschool (Instituut Schreuders) voor het eerst “’n voetbal” en “’n cricketspel”.[ii] Pim wordt hier op jeugdige leeftijd ondergebracht als zijn ouders

Een tekening van een cricketspeler door W.J.H. (‘Pim’) Mulier voor zijn boek Cricket uit 1897.

langdurig op reis gaan. De oudste zoon van het in Haarlem woonachtige gezin Mulier, Pieter, geniet van 1870 tot 1873 zijn opleiding op het instituut van Schreuders waardoor broertje Pim hier tijdelijk kan verblijven. In zijn tienerjaren bezoekt Pim Mulier overigens zelf een kostschool in Gelderland: van september 1878 tot begin juli 1880 staat hij ingeschreven in Brummen bij de zogenoemde Franse school ofwel Instituut Spaanschweerd.[iii]

Decennia lang is aangenomen dat deze sportfanaat juist gedurende deze periode, om precies te zijn op 15 september 1879, de allereerste Nederlandse voetbalclub HFC (Haarlemsche Football Club) zou hebben opgericht. Ingegeven door de vondst van de exacte data van Pims verblijf in Brummen ontstaan bij sporthistoricus Nico van Horn rond 2004 de eerste twijfels omtrent de juistheid van het oprichtingsmoment van HFC. Sterker nog: tegenwoordig is zelfs wel duidelijk dat de sinds 1959 Koninklijke voetbalclub uit Haarlem jaren later het levenslicht zag.[iv] Net als in de rest van ons land bestond er dus óók in de hoofdstad van Noord-Holland geen georganiseerd voetbal voordat daar de eerste cricketclub – Progress, in 1880 – het levenslicht zag. Feit is wel dat Pim Mulier in die beginperiode actief was als wedstrijdcricketer in het Haarlemse, bij een van de vele andere clubjes in die stad: Rood en Zwart.[v]

Sergeant Thomas Klinkspoor
De cricketsport neemt onder de Nederlandse (elite)jeugd zeer snel toe aan populariteit. Overal schieten cricketclubjes als paddenstoelen uit de grond. De oudste vermelding van een cricketclub in Arnhem dateert van 12 juli 1883 en staat in de krant Nieuws van den dag: “Onder leiding van den sergeant-schermmeester Klinkspoor is te Arnhem door eenige jongelieden de eerste cricket-club opgericht.” Aangespoord door de cricketrage in het land hebben de Arnhemse jongens zich blijkbaar gericht tot een volwassen, sportminnend persoon.

De Arnhemse schermvereniging Mars in 1883. Geheel links hoogstwaarschijnlijk sergeant Thomas Klinkspoor, in hetzelfde jaar betrokken bij de oprichting van de eerste cricketclub in de stad. (Bron: Gelders Archief, fotonummer 1583-13935, fotograaf onbekend).

Sergeant en gymnastiekonderwijzer Thomas Johannes Klinkspoor (1856-1925) kwam door een ongeval in een kazerne in aanraking met schermen als vorm van revalidatie en raakte in de ban van deze sport en van lichaamsbeweging in het algemeen. In dezelfde periode waarin hij leiding geeft aan het oprichten van de cricketclub is Klinkspoor directeur van de Arnhemse gymnastiekverenigingen Ajax (opgericht op 9 april 1881), Jahn (van 1 oktober 1873) en de onderofficiers gymnastiekvereniging Milo (12 maart 1882; Klinkspoor is hier tevens president). Al deze verenigingen gebruiken voor hun oefeningen het gymnastieklokaal van de Willemskazerne aan het Willemsplein.[vi] Ook is Thomas Klinkspoor directeur van schermvereniging Mars uit Arnhem.[vii] In 1890 start hij een eigen “Gymnastiek- en Scherm-Inrichting” naast de Oosterkerk aan de Rietgrachtstraat, die hij vanaf 1907 samen met zijn zoon Jakobus drijft.[viii] Thomas Klinkspoor overleed in 1925 en bleef tot zijn dood actief betrokken bij het bedrijf.

Arnhemsche Cricket-Club
De in 1883 gestarte cricketvereniging is hoogstwaarschijnlijk de Arnhemsche Cricket-Club, die een jaar later wordt opgenomen in zowel de landelijke Gymnasten almanak als het Nieuw Arnhemsch Adresboek. Thomas Klinkspoor is naast president ook ‘captain’, wat betekent dat hij zelf ook actief is als cricketspeler. Daarnaast worden genoemd: Auke Kappenburg (vice-president, tevens militair), A.J. Scholten (secretaris) en Jacobus Johannes Seba (penningmeester). Er zijn op dat moment elf werkende leden. De Arnhemsche Cricket-Club wordt in februari 1884 aangenomen bij de op 30 september 1883 opgerichte Nederlandsche Cricket Bond (NCB).[ix] Een jaar na de oprichting van de bond telt deze reeds achttien aangesloten verenigingen uit het hele land, waaronder naast de Arnhemmers nog eentje uit Gelderland: Gelria uit Nijmegen.[x]

Het is niet bekend hoe lang de Arnhemsche Cricket-Club precies heeft bestaan. Wel ontstaan er rond die tijd ook een aantal andere clubjes in de stad. Deze zijn zeer waarschijnlijk opgericht als direct gevolg van promotieactiviteiten in Arnhem door een dertigtal leden van diverse westelijke cricketverenigingen op eerste paasdag 1885. Zij spelen die dag ter bevordering van de sport een onderlinge wedstrijd op Bronbeek. Er zijn zelfs introductiekaarten uitgegeven aan leerlingen van het gymnasium en de hbs, “alsmede aan eenige particulieren”.[xi] Nog dezelfde maand is Arnhem minstens twee cricketclubs rijker: op 19 april 1885 ontstaat officieel Quickstep en zes dagen later Maarten van Rossum.[xii] In 1886 blijkt volgens het Arnhemse adresboek ook de Jongelingen Cricket-Club Run actief te zijn. Bij deze club is de eerdergenoemde Thomas Klinkspoor directeur; hij is dan niet meer als zodanig actief bij de Arnhemsche Cricket-Club. Tevens worden de volgende andere personen aangehaald bij Run: Herbert Rahder (president), Marius van Hoboken (secretaris), Reinier van Manen (penningmeester) en Gerrit Jan Henny (captain).[xiii] Al deze personen zijn tussen de twaalf en veertien jaar en zo goed als zeker leerlingen van het gymnasium of de hbs.[xiv]

Maarten van Rossum
Bij Maarten van Rossum wordt Willem Engelberts (1865-1942) genoemd als president/voorzitter. Hij is een oudere broer van de latere voetballer, scheidsrechter, wielrenner en voetbalbestuurder Christiaan Jan (Chris) Engelberts (1876-1947), jarenlang voorzitter van Vitesse – van juli 1895 tot juli 1902 – en tevens bestuurslid van de Nederlandsche Voetbal Bond (van mei 1893 tot juni 1904). Terwijl Chris het notarisvak ingaat, treedt Willem Engelberts al op jonge leeftijd in dienst van de Arnhemse firma G.A.A. van de Wall & Co. Deze groothandel in ijzerwaren wordt dan nog geleid door vader Emilius David Engelberts, maar per 1 januari 1892 is Willem mede-eigenaar. Later is hij jarenlang in diverse functies actief bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Arnhem en Omstreken, waaronder als voorzitter. Daarnaast heeft hij de nodige nevenfuncties zoals lid van de Commissie van beheer van de Stadsschouwburg. Halverwege de jaren dertig wordt Willem Engelberts benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.[xv]

Terug naar de door Engelberts op jonge leeftijd geleide cricketclub Maarten van Rossum, dat volgens de landelijk uitgegeven Sport Almanak voor het jaar 1886 geen lid is van de nationale bond. Wel ontvangt clubsecretaris J. Th. Warnsinck begin maart 1886 een schrijven van de NCB waarin tot aansluiting wordt verzocht. Net als veel andere clubs gaat Maarten van Rossum hier niet op in; eind 1886 wordt het aantal cricketverenigingen in Nederland op tachtig geraamd, waarvan er slechts veertien bij de bond zijn aangesloten. De enige Gelderse bondsclubs zijn op dat moment het eerdergenoemde Gelria uit Nijmegen, de Wageningsche Cricket Club en Zutphania (Zutphen). Hieruit kan worden geconcludeerd dat de Arnhemsche Cricket-Club intussen is opgeheven.[xvi]

Het eerste Vitesse

(Bron: Sport Almanak voor het jaar 1890)

In de Sport Almanak van 1887 komt Engelberts’ vereniging Maarten van Rossum nog één keer voor, daarna zijn er twee edities helemaal geen vermeldingen van cricketclubs uit Arnhem. Ook in de plaatselijke adresboeken is niets opgenomen. Dan duikt in de almanak van 1890 voor het eerst Vitesse op met als oprichtingsmoment april 1887.[xvii]  Zeven jaar later schrijft Pim Mulier in zijn boek Cricket dat Vitesse, volgens hem spelend in de kleuren rood en wit, is opgericht op initiatief van Siegfried Anne Leopold (1872-1943). Deze geboren Arnhemmer is eerst secretaris van Vitesse en vanaf de zomer van 1890 president. Hij voert het secretariaat vanuit zijn ouderlijk huis aan de Spijkerstraat.[xviii] Later is Siegfried Leopold overigens ook betrokken bij het ‘nieuwe’ Vitesse, als cricketer en daarna als voetballer/doelman (en tevens eerste captain). Van maart tot november 1893 bekleedt Leopold de voorzittersfunctie.[xix]

Terug naar Muliers publicatie Cricket, dat de vroegste cricketgeschiedenis van Nederland schetst. Over Vitesse schrijft hij nog dat er aanvankelijk dertig werkende leden zijn (“later zelfs 80”) en dat het cricketspel wordt gespeeld “op den Boulevard, later te Velp en eindelijk op het sportterrein.” Het laatstgenoemde Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg bestaat al sinds augustus 1887 (zie kadertekst), maar wordt waarschijnlijk pas twee jaar later voor het eerst door Vitesse gebruikt. Dit gebeurt tijdens een door de club uitgeschreven provinciaal cricketconcours ten bate van slachtoffers van een ramp bij het Belgische Antwerpen: bij een ontploffing van een munitiefabriek komen daar op 6 september 1889 tientallen mensen om het leven en zijn er veel gewonden. Nog die maand, op zondag 29 september, wordt het concours georganiseerd.[xx]

(Bron: Arnhemsche Courant, 21 september 1889)

Wedstrijden
Door beknopte wedstrijdberichten uit diverse kranten weten we dat er zeker vanaf 1885 regelmatig cricketwedstrijden zijn gespeeld door Arnhemse clubs. Zo speelt Maarten van Rossum een aantal keer tegen de Wageningsche Cricket Club en wordt in september 1885 een ‘match’ vermeld tussen Readyness uit Apeldoorn en Slâ-raak uit Arnhem. Ook een wedstrijd van Vitesse is terug te vinden in een dagblad: volgens het Nieuws van den Dag was er op zaterdag 23 juni 1888 een “te Barneveld gehouden wedstrijd tussen de club Vitesse uit Arnhem en Benno, te Barneveld (bestaande uit de kostleerlingen van het Instituut van dien naam).” Volgens het artikeltje behaalde Vitesse de overwinning.[xxi] Een dag later spelen de Arnhemmers weer, nu tegen Go-Ahead uit Wageningen. De club uit de landbouwstad won met 7 wickets. [xxii]

Go-Ahead is voor zover bekend de voornaamste tegenstander van Vitesse. Ook in het voorjaar van 1889 en 1890 wordt er tegen elkaar gecricket, duels die de Arnhemmers eveneens verliezen. De Wageningers spelen overigens niet alleen cricket, maar ook ‘football’. De Wageningsche cricket- en footballclub Go-Ahead is in december 1886 opgericht door een groepje jongens die eerder actief waren bij de Wageningsche Cricket Club. Om buiten het cricketseizoen eveneens te kunnen sporten, wordt er in de herfst en winter gevoetbald.

Ook bij Vitesse wordt na verloop van tijd aan voetbal gedaan. Het blad Nederlandsche Sport plaatst begin maart 1889 een verslag van een wedstrijd tussen “de beste voetballers van Arnhem en Velp” tegen het eerdergenoemde Go-Ahead uit Wageningen. De wedstrijd wordt op zondag 24 februari van dat jaar gespeeld in de Planten- en Vogeltuin aan de Velperweg in Arnhem. Ook de Wageningsche Courant besteedt kort aandacht aan het voetbalduel, dezelfde krant die twee maanden later verslag doet van een cricketwedstrijd van het plaatselijke Go-Ahead tegen “cricketclub Vitesse uit Arnhem-Velp”. De verwijzing naar zowel Arnhem als Velp heeft te maken met de herkomst van de spelers, die bij naam worden genoemd in het voetbalverslag in Nederlandsche Sport. Die “beste voetballers” kunnen eigenlijk alleen in clubverband bij Vitesse hebben gespeeld; een andere voetbalvereniging bestaat nog niet in Arnhem en/of Velp. Het “gecombineerde football-elftal,” dat met 5-0 verloor van Go-Ahead, bestond uit L. Brandt (doelman), Piekema, Knottenbelt, H. Brandt, Muller Massis, Frowein, Leopold, T. Brandt, Van der Mijll Dekker, Kamberg en Nepveu.[xxiii]

De familienaam Leopold kwamen we eerder al tegen, net als Piekema. Bij Vitesse zijn in eerste instantie twee neven Piekema actief: Regnerus (geboren in 1872), zoon van een leraar op de Arnhemse hbs, en Fredrik (Frits, 1873). Een jongere broer van Frits, Cornelius Johannes Piekema (Cees, 1878), speelt ook bij de club en is vanaf de oprichting in mei 1892 betrokken bij het nieuwe Vitesse. Hij is in september van dat jaar “sterk” tegen het voornemen om daar naast cricket ook voetbal te gaan spelen, aldus de notulen van de tweede huishoudelijke vergadering van de nog jonge vereniging. Het algemene antwoord in de vergadering is echter instemmend, waarna met zeven tegen zes stemmen wordt besloten dat “het football seizoen zou aanvangen 1 October (…)”.[xxiv]

De broers De Geer en Hesselink
Er zijn overigens meer namen uit stukken van het in 1892 opgerichte Vitesse die eerder opduiken in wedstrijdverslagen van de eerste vereniging met die naam. Jonkheer Lodewijk de Geer speelt in het oude Vitesse en is later – per 18 mei 1892 – kunstlievend lid en nog geen maand erna werkend lid van de nieuwe club (en korte tijd later eerste captain van het cricketelftal). Lodewijk is de jongere broer van de latere minister-president Dirk Jan de Geer (1870-1960), die zelf ook bij Vitesse cricket heeft gespeeld.[xxv] Dirk is overigens alleen actief geweest bij het oude Vitesse, dit in tegenstelling tot wat in recente publicaties staat. Hij komt namelijk niet voor in de (nauwgezette) notulen van het nieuwe Vitesse, daarnaast gaat hij per september 1889 rechten studeren in Utrecht aan de rijksuniversiteit en verlaat dan zijn ouderlijk huis in Velp om in de Domstad te gaan wonen. Dat hij een groot

liefhebber was van cricket blijkt overigens uit een (later geschreven) dagboekfragment onder het jaar 1887: “Veel gecriquet (eerst in Velocitas, later in Vitesse en Karel v. Gelder)”. Herman Hesselink (1876-1954) is net als Lodewijk de Geer actief bij zowel het eerste als tweede Vitesse. Bij laatstgenoemde club maakt hij vanaf 1895 vier opeenvolgende voetbalkampioenschappen mee en tevens de allereerste finale om de landstitel tegen het Amsterdamse RAP (4-2 verlies) op 24 april 1898. Herman is de oudere broer van de bekende Arnhemse voetballer en atleet Willem Hesselink (1878-1973). Willem is tientallen jaren speler van Vitesse vanaf 1892 tot 1918 (met onderbrekingen vanwege werk en studie, toen hij als voetballer actief was bij landskampioen HVV in Den Haag en in Duitsland bij Bayern München). Willem Hesselink is tevens de eerste speler van Vitesse die deel uitmaakte van het Nederlands elftal, in 1905. Hij schrijft in het gedenkboek van Vitesse van 1952: “Ons Vitesse had een voorganger in het oude Vitesse, een stevige club […] Naast de Arnhemmers waren er ook veel Velpenaren lid […] De leden waren voor het merendeel wat ouder dan de oprichters van ons latere Vitesse. Ik zelf ben als 12-jarige jongen in 1890 lid geworden van dat oude Vitesse en ik was toen verreweg de jongste; zelfs mijn oudere broer [eerdergenoemde Herman, FR] was nog jonger dan de andere leden. Aanvankelijk was alleen cricket gespeeld, maar toen ik lid werd ook reeds voetbal.”

Eindexamenklas van het Stedelijk Gymnasium in Arnhem 1889. Jonkheer Dirk Jan de Geer staat tweede van links. (Bron: Nationaal Archief, archief De Geer, bloknr. 2.21.236, inv.nr. 20, fotograaf C.E. Westerborg)

Willem Hesselink vervolgt: “Ik herinner mij nog steeds enkele op zichzelf geheel onbelangrijke momenten uit die tijd, b.v. dat ik bij een onderling partijtje voetbal “gevloerd” werd door een der jongens Brandt uit Velp; dat ik bij een wedstrijd het horloge van W. Frowein, de latere directeur van de Staatsmijnen, mocht bewaren, die in zijn gewone kleren speelde, zonder jas, zoals destijds veelal gebruikelijk was; dat bij diezelfde wedstrijd Frits Piekema (de latere dokter in Velp) zich vlak voor het doel der tegenpartij opstelde en talrijke doelpunten maakte, omdat ze toen blijkbaar nog geen buitenspelregel kenden; hoe ik eenmaal op mijn fiets met grote spoed naar Velp ben gekard om Jhr L. de Geer […] op te roepen voor een wedstrijd.” [xxvi]

Het eerste Vitesse in de bond
Tijdens de halfjaarlijkse vergadering van de Cricket- en Voetbalclub Vitesse op 4 oktober 1890 is bij acclamatie besloten toe te treden tot de Nederlandsche Voetbal- en Athletiek Bond. De vereniging wordt ingedeeld in de competitie van tweede klasse-clubs. De bond stelt een schema van wedstrijden op waarin Vitesse moet spelen tegen de winnaar van de wedstrijd tussen Robur et Velocitas (Apeldoorn) en Go-Ahead (Wageningen). Het duel van Vitesse moet volgens de richtlijnen vóór 29 december 1890 worden gespeeld, maar helaas is niet bekend of het treffen ooit heeft plaatsgevonden. Dit geldt ook voor eventuele andere officiële duels van de Arnhemmers als voetbalclub.

Bij de Nederlandsche Cricket Bond wordt Vitesse eveneens als tweede klasse-club erkend, al is een bondslidmaatschap hiervoor geen voorwaarde. Voor zover bekend is de vereniging nooit lid geweest van de nationale cricketbond. In september 1890 maakt de club bekend de afdeling juniores, die eerder uit elf leden bestond, op te heffen. Vanaf dat moment heeft de vereniging twee cricketelftallen, gerangschikt “naar leeftijd en bekwaamheid”.[xxvii]

Cricketwedstrijden worden in die tijd vooral gespeeld tegen het eerdergenoemde Go-Ahead en Quick uit Nijmegen. Ook neemt Vitesse het op tegen een gecombineerd Haags-Haarlems cricketelftal tijdens de jaarlijkse ‘Gelderse tour’ van deze gelegenheidsformatie. Op 9 augustus 1890 speelt bijvoorbeeld Pim Mulier in dit team tegen Vitesse. Wegens een abces aan zijn hand mist hij een dag later de wedstrijd van het gecombineerde team tegen ‘All Gelderland’, waar de Vitessenaren Frits en Regnerus Piekema en Siegfried Leopold deel van uitmaken. Een jaar later wordt Arnhem overigens niet meer aangedaan, want de veldomstandigheden op het Sport- en Tentoonstellingsterrein zijn in 1890 onvoldoende gebleken: “Toen de spelers na een korten rit over den schoonen Velperweg het sportterrein binnentraden, bemerkten zij tot hunnen schrik dat het veld er gezellig uitzag, maar dat de pitch de meest pessimistische verwachtingen overtrof. Verbeeld u een stuk grond dat niet bijzonder groot is, hoewel schilderachtig gelegen, dat met vrij lang gras bedekt is en waar door jarenlang spelen op dezelfde plaats twee kale zandige plekken zijn gekomen, zoo groot dat ze samen bijna de 20 M. van de cricket pitch maten. Enfin, er was niets aan te doen en de stumps moesten te midden van deze woestijnen in de oase worden opgezet. Pro forma werden er ook krijtstrepen getrokken maar spoedig waren deze, zooals te begrijpen was, uitgewischt.”[xxviii]

Vitesse verdwijnt, maar keert snel terug
Het sportterrein, of beter gezegd een gebrek daaraan, zou Vitesse uiteindelijk noodlottig worden. Halverwege 1891 opent op het Sport- en Tentoonstellingsterrein een vaste wielerbaan en komt de vereniging zonder speel- en oefenterrein te zitten. Het Vitesse-bestuur slaagt er niet in om een alternatief te vinden, waarna wordt besloten in oktober 1891 een eind te maken aan de activiteiten van de club. Toch verdwijnt de naam Vitesse dus niet voor lang uit de Arnhemse sportwereld: op het moment dat het nieuwe cricketseizoen weer is aangebroken, gaat het kriebelen bij een aantal jongens.

De oudst bewaard gebleven foto van het in 1892 opgerichte Vitesse. De cricketspelers staan bij het speelterrein bij IJsclub Arnhem. Staand vanaf links: Cees Piekema, Dé Jonker, Lodewijk de Geer, Hugo Heuvelink, Karel d’Arnaud Gerkens en Barthold de Geer. Zittend: Eli Dezentjé, Bernard Dezentjé, Siegfried Leopold en Edmond Dezentjé. (Bron: Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan der Arnhemsche Voetbal- & Athletiekclub “Vitesse” 1892 – 1932)

Een van hen, de twintigjarige Karel d’Arnaud Gerkens – de oudste van het stel, en eerder (bestuurs)lid van het oude Vitesse –, heeft via zijn oom Abraham Knoops een terrein geregeld: zomers mag een weide bij IJsclub Arnhem aan de Molenbeekstraat worden gebruikt om te cricketen. Op 14 mei 1892 besluiten de scholieren hun cricketclub op te richten, die een paar dagen later opnieuw de naam Vitesse krijgt. De speelmaterialen worden weer tevoorschijn gehaald en ook komt een oud reglement van pas, die “na weinige veranderingen” wordt overgenomen.[xxix] Vitesse is ‘terug’ en zou het deze keer héél wat langer volhouden.

 


 

Sport- en Tentoonstellingsterrein

De eigenaar van kasteel Biljoen in Velp, J.H. Lüps, kocht in 1886 het deel van landgoed Klarenbeek ten zuiden van de Rosendaalseweg. Een van de bestemmingen die de nieuwe eigenaar hieraan geeft is die van ‘Sport- en Tentoonstellingsterrein’ bij Huis Klarenbeek. Ook kan het terrein voor “besloten buitenpartijen” worden afgehuurd, aldus de Arnhemsche Courant, en is dit “ten allen tijde opengesteld […] voor hen, die daar onder het dichte lommer en met het vroolijke uitzicht op den Velperweg, een gedeelte van den dag wenschen door te brengen. In de witte tuinmanswoning aan den zuidoostelijken rand van het terrein zijn bieren, thee, koffie enz. verkrijgbaar.”

Op 2 augustus 1887 is het zover en wordt het Sport- en Tentoonstellingsterrein geopend. Er zijn die dag verschillende volksspelen zoals tonkruien, kuipjessteken en een wedloop met hindernissen.1

De exploitatie van het terrein ligt in handen van de Maatschappij van een Sport- en Tentoonstellingsterrein. Naast tentoonstellingen, concours hippiques en harddraverijen gaat ook het ‘oude’ Vitesse na verloop van tijd een gedeelte van het terrein gebruiken, totdat de opening van een cementen wielerbaan in juni 1891 het einde van de cricket- en voetbalclub inluidt bij gebrek aan een vervangende speel- en oefenlocatie.

De wielerbaan met oplopende bochten is de eerste vaste baan van Nederland.2 Deze staat erg goed aangeschreven, waardoor hier menig belangrijke wedstrijd – zowel nationaal als internationaal –  wordt verreden. De ‘Arnhemsche Wielerclub’ staat te boek als vaste gebruiker. Zij krijgen de beschikking over een restauratiegebouw met kleedkamers en douches; een grote luxe in die tijd.

Wanbeleid van de toenmalige baandirectie leidt tot teruglopende belangstelling en uiteindelijke sluiting en afbraak van de baan in 1898.3 Niet lang na de sloop van de wielerbaan wordt de Maatschappij van een Sport- en Tentoonstellingsterrein geliquideerd. Het in 1892 opgerichte Vitesse speelt dan inmiddels op het terrein; vanaf het najaar van 1896 maken zij gebruik van het middenterrein van de wielerbaan (nadat de daar lopende beek ondergronds is gebracht), en na de sloop van de baan krijgt de club hier de beschikking over een vast onderkomen dat uitgroeit tot een heus stadionnetje, genaamd Klarenbeek.

1) Arnhemsche Courant, 4 augustus 1887.
2) Leeuwarder Courant, 15 november 1898.
3) http://www.reto-arnhem.nl/de-vereniging/algemeen/historie/, geraadpleegd 12 oktober 2017. 


 

Noten

[i] Jan Luitzen en Wim Zonneveld, ‘Kicksen en wickets. Van cricket naar voetbal in Nederland 1845-1888’, in: Hard Gras. Voetbaltijdschrift voor lezers (augustus 2017), nummer 115, 3-148, aldaar 14-15.

[ii] Gedenkboek ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Haarlemsche Football Club 1879-1919, p. 5.

[iii] Nico van Horn, ‘125 jaar voetbal in Nederland?’, in: De Sportwereld. Magazine voor geschiedenis en achtergronden van sport (december 2004), nummer 35, 8-14, aldaar 10.

[iv] In de als eerste in dit notenapparaat aangehaalde, zeer gedetailleerde studie van Jan Luitzen en Wim Zonneveld naar de vroegste geschiedenis van het cricket en voetbal in Nederland wordt geconcludeerd –  “zij het met een slag om de arm” – dat HFC is opgericht op 19 december 1882.

[v] Kicksen en wickets, 32.

[vi] Gymnasten almanak 1884, 14-15.

[vii] Nieuw Arnhemsch Adresboek met de gemeenten Velp, Oosterbeek en Westervoort, voor 1884. Arnhem 1884, 73.

[viii] ‘De Gymnastiek- en Scherm-Inrichting van de heeren Th. Klinkspoor & Zoon te Arnhem’, in: De revue der sporten 1 (1908), 719.

[ix] Geïllustreerd jaarboek 1917. De geschiedenis van den bond van af zijne oprichting in 1883 [uitgave Nederlandsche Cricket-Bond 1917]

[x] Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van den Nederlandschen Cricket Bond 1883 30 september 1933. [Amsterdam 1933], 10.

[xi] Algemeen Handelsblad, 1 april 1885.

[xii] W. Mulier, Cricket. Haarlem 1897, 119.

[xiii] Nieuw Arnhemsch Adresboek met de gemeenten Velp, Oosterbeek en Westervoort, voor 1886. Arnhem 1886, 75.

[xiv] Frank Keverling Buisman, ‘Modern vermaak voor een moderne elite. Het sportieve leven van Cornelis de Kempenaer jr.’, in: 200 jaar De Kempenaer, advocaten in Arnhem, 159-184, aldaar 168.

[xv] Arnhemsche Courant, 20 april 1942.

[xvi] Geïllustreerd jaarboek 1917.

[xvii] Mulier houdt in zijn boek Cricket als oprichtingsdatum van het eerste Vitesse 23 mei 1886 aan. Deze datum lijkt echter om meerdere redenen zeer onwaarschijnlijk: ten eerste is (aantoonbaar) gebleken dat de auteur diverse fouten heeft gemaakt met dergelijke gegevens. Daarnaast is er geen enkele bron gevonden waaruit kan worden opgemaakt dat vóór het door de Sport Almanak vastgelegde oprichtingsmoment van april 1887 – dat uit een opgave van Vitesse zelf zal zijn verkregen – er onder deze naam cricketactiviteiten zijn geweest. Tot slot wordt in een andere bron (het tijdschrift Nederlandsche Sport, jrg. 11, nr. 544, d.d. 24 december 1892) specifiek genoemd dat “het oude Vitesse […] “bijna vijf jaar den strijd om het bestaan zoo glansrijk had doorstaan”. Vitesse is in oktober 1891 ontbonden, wat neerkomt op vier jaar en zeven maanden gerekend vanaf een oprichting in april 1887.

[xviii] Eerder publiceerde J.D.F. van Halsema in dit tijdschrift over de Arnhemse jaren van dichter Jan Hendrik Leopold (1865-1925). Van deze oudere broer van Vitessenaar Siegfried zijn schetsen en tekstflarden van poëzie bewaard gebleven op convocatiebiljetten van “Cricket- en Voetbalclub ‘Vitesse’” uit de jaren ’90 van de 19de eeuw. De dichter zal via zijn broer aan dit papier zijn gekomen, hoogstwaarschijnlijk na de ontbinding van Vitesse in 1891. Voor het artikel en een afbeelding van zo’n beschreven convocatiebiljet zie: Arnhems Historisch Tijdschrift jrg. 33 (2013) nummer 4, p. 208-218.

[xix] Ferry Reurink. Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen. Oosterbeek 2017, 488.

[xx] Arnhemsche Courant, 3 oktober 1889. Onder de prijswinnaars van de verschillende cricketdisciplines zijn vijf Vitessenaren: F. Piekema (verste slag, batten en overhandsbowlen), R. Piekema (batten), S.A. Leopold (batten en onderhandsbowlen), C. van Vlierden (overhandsbowlen) en D. Kamberg (onderhandsbowlen).

[xxi] Het Nieuws van den dag, 27 juni 1888.

[xxii] Cricket, n.b.

[xxiii] Nederlandsche Sport jrg. 8 (1889), nummer 344.

[xxiv] Gelders Archief, archief A.V.C. Vitesse te Arnhem, bloknr. 2167, inv.nr. 1 [notulen van bestuursvergaderingen 1892-1897], aldaar d.d. 10 september 1892.

[xxv] Dirk de Geer speelde zeker mee in een cricketduel tussen Go-Ahead (Wageningen) en Vitesse op 30 mei 1889. Bron: Nederlandsche Sport jrg. 8 (1889), nummer 357.

[xxvi] Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan der Arnhemse voetbal- en athletiekclub ,,Vitesse’’ 1892-1952. [Arnhem 1952], 69.

[xxvii] Nederlandsche Sport jrg. 9 (1890), nummer 425.

[xxviii] Nederlandsche Sport jrg. 9 (1890), nummer 421.

[xxix] GldA, Vitesse, inv.nr. 1, d.d. 18 mei 1892.

Geen reactie's

Geef een reactie