Aankondiging: verdediging dissertatie Jan Luitzen op 23 november 2020

Op maandag 23 november 2020, om 14.30 uur, verdedigt Jan Luitzen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen zijn proefschrift Engelsch moest het zijn. Een cultuurhistorische analyse van de introductie van cricket, voetbal en lawntennis in Nederland en de rol daarbij van jongenskostschool Noorthey en haar alumni, 1820-1886. Promotoren zijn prof. dr. Marjet Derks en prof. dr. Nicoline van der Sijs.

Van deze dissertatie verschijnt eind november een ingekorte handelseditie bij de Nederlandse Sportliteratuur Uitgeverij, getiteld Vivat! Vivat Noorthey! Een cultuurhistorisch onderzoek naar de introductie van cricket, voetbal en lawntennis in Nederland.

Deze openbare verdediging vindt plaats in de aula van de Radboud Universiteit, waarbij vanwege de corona-omstandigheden helaas maar een beperkt aantal gasten aanwezig kan zijn. Maar: de dissertatie-verdediging zal via een livestream te volgen zijn. Mail een positieve reactie naar j.luitzen@hva.nl, dan ontvang je in de week voorafgaand aan 23 november de inloggegevens voor de livestream.

Noorthey, circa 1838
afbeelding (gravure) is een steendruk, vervaardigd door Petrus Josephus Lutgens (1808-1874) uit circa 1830-1846

Instituut Noorthey was een kostschool voor jongens die door de onderwijzer en pedagoog Petrus de Raadt (1796-1862) werd opgericht op 24 juni 1820. Het instituut was van 1820 tot 1882 gevestigd in Veur (thans Leidschendam) en van 1888 tot 1907 in Voorschoten. Bron: Wikipedia
Jan Luitzen

Minisamenvatting proefschrift

Deze dissertatie is een deelproject van het programmatische onderzoeksproject ‘Sport, identiteit en moderniteit (1813-2013)’, opgezet aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, dat zich specifiek richt op modernisering van de Nederlandse sportcultuur in transnationaal perspectief. Binnen dit onderzoeksprogramma heeft deze studie als onderwerp het transnationale proces van de introductie en verspreiding van moderne Engelse sporten in Nederland in het midden van de negentiende eeuw.

De vraag die daarbij centraal stond was in welke opzichten de microgeschiedenis van de protestants-christelijke jongenskostschool Noorthey (1820-1882) de bestaande geschiedschrijving over de introductie van Engelse sport in Nederland problematiseert of nuanceert. Vanuit een cultuurhistorische benadering bestudeerde Luitzen daartoe vooral kleinschalige processen van cultuuroverdracht en toe-eigening die hierbij plaatsvonden, met als locus van onderzoek de subcultuur van Noorthey, met de daar werkzame docenten en schoolgaande leerlingen.

Deze cultuurhistorische analyse van de groepsbiografie van de jongenskostschool Noorthey heeft een nauwkeurige identificatie opgeleverd van de (sport)cultuurmakelaars en (sport)netwerkbouwers die een cruciale spil-rol hebben gespeeld bij de introductie, beoefening en verspreiding van de Engelse sporten cricket, voetbal en lawntennis in Nederland (1845-1886).

Dit onderzoek biedt bewijs voor de start van cricket, rounders en hockey in Nederland (1845-1846) en van association-football in Nederland vanaf 1854, met een concrete bewijsbrief van een Noorthey-leerling voor een partijtje voetbal op 3 oktober 1864, op de speelweide bij de kostschool. Er werd in Nederland dus niet in Haarlem, Den Haag, Amsterdam of Enschede voor het eerst (met de voeten) gevoetbald, maar in Veur, vlakbij Leidschendam in Zuid-Holland.

Geen reactie's

Geef een reactie