• Skip to navigation
  • Skip to content

Stichting De Sportwereld

Navigation

  • 2: Sportgeschiedenis
  • 3: Etymologie
    • 3.1: Overzicht
    • 3.2: Auto’s en motoren
    • 3.3: Badminton
    • 3.4: Basketbal
    • 3.5: Boksen
    • 3.6: Cricket
    • 3.7: Golf
    • 3.8: Honkbal
    • 3.9: Judo
    • 3.10: Kaatsen
    • 3.11: Klootschieten
    • 3.12: Krachtsport
    • 3.13: Meerkamp
    • 3.14: Ringrijden
    • 3.15: Rugby
    • 3.16: Schaken
    • 3.17: Schermen
    • 3.18: Skiën
    • 3.19: Skûtjesile
    • 3.20: Sport
    • 3.21: Tafeltennis
    • 3.22: Tennis
    • 3.23: Triatlon
    • 3.24: Turnen
    • 3.25: Voetbal
    • 3.26: Zwemmen
  • 4: Organisatie
    • 4.1: Organisatie
    • 4.2: Voorzitter - Dr. Pieter Breuker
    • 4.3: Secretaris - Nico van Horn
    • 4.4: Penningmeester - Edwin Luttik
    • 4.5: Bestuurslid en ledenadministratie - Remco van Dam
    • 4.6: Projectcoördinator - Wilfred van Buuren
    • 4.7: Projectmedewerker - Peter Los
    • 4.8: Hoofdredacteur - Max Dohle
  • 5: Projecten
  • 6: Magazine
  • 7: Bibliografie
    • 7.1: Bibliografie
    • 7.2: Aanvullingen
  • 9: Links
  • 10: Contact
    • 10.1: Contact formulier
    • 10.2: Lid / Magazine Formulier
    • 10.4: Aanvulling Bibliografie
    • 10.5: Mailinglist Bibliografie

: 
U bent hier: Home » Etymologie » Zwemmen

Zwemmen

Zwemmen is een belangrijk werkwoord. Als je te water raakt, en niet kunt zwemmen, verdrink je. Dat wisten de oude Germanen ook en daarom verzonnen zij een woord voor het blijven drijven in water. Als een woord een Germaanse oorsprong heeft, kun je er donder op zeggen dat het in de ons omringende landen eveneens voorkomt, in vrijwel dezelfde vorm. In Engeland, Duitsland, Friesland en Scandinavië zwemt men. Zwemmen is `drijven' (op of in het water). In het Middelnederlands waren er trouwens twee vormen: swimmen en swemmen. De tweede is de zogenaamde causatief van de eerste: swemmen drukt het doen geschieden van swimmen uit. Net als leggen naast liggen, zetten naast zitten of drenken naast drinken. Met andere woorden: swimmen was `drijven' en swemmen was `doen drijven'. Alleen de tweede vorm heeft het jaar 2000 gehaald en dat is ook wel logisch. Als je zwemt, zorg je er immers zélf voor dat je blijft drijven. En als we willen zeggen "Daar swimt iets," zeggen we gewoon "Daar drijft iets." Drijven (ook Germaans) is een sterker werkwoord gebleken dan swimmen. (Opvallend is trouwens dat in het Engels, Duits en Fries de i gewonnen heeft: to swim, schwimmen en swimme. Blijkbaar is het zwemmen in die landen iets wat helemaal vanzelf gaat.)

Bij het wedstrijdzwemmen kent men vier zwemslagen: de rugslag, de schoolslag, de borstslag (of crawl) en de vlinderslag. Rugslag en borstslag zijn - afgezien van de manier waarop de zwemmer in het water ligt - gelijk aan elkaar: de armen maaien als molenwieken door het water. Bij de vlinderslag doorklieven beide armen tegelijkertijd het water, en het is een belachelijke aanduiding , want degene die op die manier ooit een vlinder heeft zien vliegen, moet nog geboren worden of heeft een bril nodig. Schoolslag is de slag waarmee we allemaal beginnen, die we op de lagere school leren, de slag die school heeft gemaakt. Na die gedegen basis volgen eventueel de drie andere slagen.

De Sportwereld nr. 19 - maart 2000 Gerbrand Bakker


Aantal bezoekers: 606                           © Copyright 2004-2010 - Stichting De Sportwereld - Disclaimer - Hosting en Design