Tennis
Er is mij iets opgevallen bij het schrijven van deze etymologische stukjes over sporten. Heel veel lijkt uit Engeland te komen, het sportland bij uitstek. Zie bijvoorbeeld het stuk over golf in de vorige aflevering van De Sportwereld. Een van de absolute hoogtepunten in een Engels sportjaar is natuurlijk Wimbledon, het aardbeien-met-room-grastennistoernooi. Voor mij, als echte Wimbledon-fan - Flushing Meadows, de Australian Open en Roland Garros doen me werkelijk helemaal niets - is tennis een op en top Engelse sport. Het was dan ook een Engelse majoor (ook zoiets: het zijn altijd (Engelse) militairen die het doen), Walter Wingfield, die de regels opstelde van wat hij lawntennis noemde. Tennis op een gazon dus, in tegenstelling tot tennisachtige spelen die binnenshuis gespeeld werden. Het eerste toernooi in (of op?) Wimbledon vond in 1877 plaats. Het is daarmee het oudste grote tennistoernooi, en daar dankt het dan ook zijn enorme status aan. Tot zover is alles zeer Engels.
Maar dan nu de Franse invloed. Men is het er algemeen over eens dat de oorsprong van het spel in het Franse jeu de paume ligt, het ‘spel met de handpalmen', vergelijkbaar met ons kaatsen. Waar men het ook tamelijk algemeen over eens is, is de etymologie van het woord tennis. Het zou een verbastering zijn van tenez, een vervoeging van het Franse werkwoord tenir, ‘vasthouden'. Tenez! of Tiens! betekent ‘hier!' of ‘pak aan!' Uitgesproken door de serveerder, die de bal met een rotvaart naar de ontvanger slaat met het racket. Het racket, ook Frans, via het Oud-Franse rachette ‘de vlakke hand, palm' van het Arabische raaha ‘handpalm'.
Tennis heeft een heel vreemde puntentelling: love, 15, 30, 40 en daarna heeft een van de twee spelers een game gewonnen. Love, ‘nul', wordt door de meeste etymologen gezien als een verengelsing van het Franse l'oeuf ‘ei'. Een ei is (min of meer) rond en een rondje is een nul, niks dus. De verklaring van de 15, 30 en 40 ligt een stuk moeilijker. Wellicht was de 40 ooit 45. Dan was er sprake van kwartieren. Ooit - nog bij de Franse oerversie van het tennis - zou er een soort klok gebruikt zijn om de puntentelling bij te houden. Elk punt was een kwartslag op de klok en bij 60 was de game binnen. Zolang er geen aannemelijker verklaring is, vind ik dit persoonlijk wel een mooie.
Als er sprake is van een gelijke stand aan het einde van een game, 40 - 40 dus, wordt er gesproken van deuce. Deuce komt van het Franse deux: er moeten dan namelijk twee punten gescoord worden om de game binnen te halen.
Concluderend: tennis is een zeer Franse sport. Maar om het niet al te erg te maken voor de chauvinistische Britten tot slot dan de tiebreak. To tie is ‘vastbinden' of ‘een knoop leggen'. Het zelfstandig naamwoord tie ‘knoop' is ook ‘gelijke stand' gaan betekenen. Van het Oud-Engelse tigan ‘trekken'. (In die gelijke stand zie ik bonkige Engelsen voor me, in groepen, trekkend aan een modderig touw, met verbeten koppen, en geen van beide groepen slaagt erin om de andere groep omver te trekken) Een tiebreaker (mét -er) is een Engelse manier om een gelijke stand op te heffen en een wedstrijd te beslissen.
De Sportwereld nr. 23 - juni 2001 Gerbrand Bakker
