• Skip to navigation
  • Skip to content

Stichting De Sportwereld

Navigation

  • 2: Sportgeschiedenis
  • 3: Etymologie
    • 3.1: Overzicht
    • 3.2: Auto’s en motoren
    • 3.3: Badminton
    • 3.4: Basketbal
    • 3.5: Boksen
    • 3.6: Cricket
    • 3.7: Golf
    • 3.8: Honkbal
    • 3.9: Judo
    • 3.10: Kaatsen
    • 3.11: Klootschieten
    • 3.12: Krachtsport
    • 3.13: Meerkamp
    • 3.14: Ringrijden
    • 3.15: Rugby
    • 3.16: Schaken
    • 3.17: Schermen
    • 3.18: Skiën
    • 3.19: Skûtjesile
    • 3.20: Sport
    • 3.21: Tafeltennis
    • 3.22: Tennis
    • 3.23: Triatlon
    • 3.24: Turnen
    • 3.25: Voetbal
    • 3.26: Zwemmen
  • 4: Organisatie
    • 4.1: Organisatie
    • 4.2: Voorzitter - Dr. Pieter Breuker
    • 4.3: Secretaris - Nico van Horn
    • 4.4: Penningmeester - Edwin Luttik
    • 4.5: Bestuurslid en ledenadministratie - Remco van Dam
    • 4.6: Projectcoördinator - Wilfred van Buuren
    • 4.7: Projectmedewerker - Peter Los
    • 4.8: Hoofdredacteur - Max Dohle
  • 5: Projecten
  • 6: Magazine
  • 7: Bibliografie
    • 7.1: Bibliografie
    • 7.2: Aanvullingen
  • 9: Links
  • 10: Contact
    • 10.1: Contact formulier
    • 10.2: Lid / Magazine Formulier
    • 10.4: Aanvulling Bibliografie
    • 10.5: Mailinglist Bibliografie

: 
U bent hier: Home » Etymologie » Skiën

Skiën

Skiën. Op lange, smalle latten van bergen afsuizen. Oostenrijk is voor Nederlanders hét skiland, hoewel Frankrijk de laatste jaren fors oprukt (maar daar is de après-ski ‘na-ski' weer niet zo fijn, hoor ik wintersportvakantiegangers wel verzuchten, hoewel het woord in Frankrijk uitgevonden lijkt te zijn). Het woord heeft echter een Noordse oorsprong. In het Nederlands kennen we de ski sinds het einde van de 19e eeuw. Dat is niet verwonderlijk, want in die tijd gingen we niet massaal op vakantie. In de betere kringen ging men op reis, en dat vooral met een opvoedkundig doel.

Het Noorse ski betekent ‘lange, smalle sneeuwschaats'. "Vandaar," schrijft Jan de Vries in zijn etymologisch woordenboek, "een uitspraak sjie." In het Oudnoors was de vorm skið (een ð is een stemhebbende d, als de th in het Engels the ‘de') en was de betekenis ‘platte lat, sneeuwschaats/-schoen'. Het Oudhoogduits kende skît , het Oudfries skîd en het Oudengels scîd, alle drie ‘gespleten stuk hout'. Het woord is een afleiding van het werkwoord scheiden, en daardoor verwant met woorden als schijten, scheel en schede.

Uit het zelfstandig naamwoord ontstond het werkwoord skiën. Ook tegenwoordig hoor je soms (oudere?) (deftige?) (snobberige?) mensen nog wel sjiën zeggen. Het is typisch een woord dat leidt tot zogenaamde hypercorrectie. In delen van Nederland waar het doodnormaal is om skapen, skool en skilderen (schapen, school, schilderen) te zeggen, kan men bij een ‘uitheems' woord als skiën plotseling in de war raken. Op de een of andere manier klinkt de k de spreker dan als onbeschaafd in de oren. Dat lost men op door met een stalen gezicht schiën te zeggen. (Nb: ik heb zelfs ooit een Westfries bioschoop horen zeggen.)

Dan nu een aantal dingen die je kunt doen op ski's, om te beginnen met langlaufen, dat toch ook een Noordse oorsprong moet hebben. Maar het is een Duits woord. Het is de verkorting van Skilanglauf ‘langeafstandsloop op ski's'. Het ‘spoor' waarin gelanglauft wordt heeft wel weer een Noorse oorsprong: loipe komt van het werkwoord løpe ‘rennen', een woord dat verwant is aan ons lopen.

Slalom ‘afdaling met hindernissen' is een samenstelling van het Noorse slade ‘hellend' + lom ‘pad'. Een slalom is een ‘hellend pad'. Naast de slalom is er de Giant Slalom (die wij vertaald hebben in ‘reuzenslalom') en zelfs de Super Giant Slalom. Ik heb me altijd afgevraagd wat Super G betekende. Ik bedien mezelf door dit stukje te schrijven: het is de afkorting van de Super Giant Slalom.

Durfals met elastieken knieën pakken een zogenaamde buckelpiste (vaak zwart): een afdaling met zeer vele, niet al te hoge hopen sneeuw. Buckel is het Duitse woord voor ‘bochel'. In het Engels wordt in plaats van buckel liever gesproken van mogul. Dat woord heeft niets van doen met Mogol ‘Koning van Delhi; iemand met veel macht' (Perzisch moghol ‘Mongool'), maar waarschijnlijk met een Noors woord mugjo, waarvan de vrouwelijke vorm muga is, ‘hoop, heuvel'.

Wat al deze verschillende manieren van afdalen en skitochten gemeen hebben, is de piste. Een woord dat zeker in verband met skiën en sneeuw zeer toepasselijk is. Het woord is via het Franse piste en Italiaanse pista afgeleid van een Italiaans werkwoord pistare ‘stampen'. Uiteindelijk van het Latijnse pistare, een frequentatief van pi(n)sare ‘fijnstampen'. Want ja, hoe veel verse sneeuw er ‘s nachts ook valt, als de hele horde toerskiërs er de volgende dag overheen gaat, blijft er weinig rulle sneeuw over. Als je uitsluitend in verse, rulle sneeuw wilt skiën (lekker fris aan je gezicht!), zul je toch echt off-piste moeten gaan (met als gevaar lawines, verstikking en de eeuwige sneeuwvelden).

Tot slot een koddig weetje: de hoofdstad van de Noorse provincie Telemark (van de binding en de landing) heet Skien.

De Sportwereld - Gerbrand Bakker


Aantal bezoekers: 778                           © Copyright 2004-2010 - Stichting De Sportwereld - Disclaimer - Hosting en Design