• Skip to navigation
  • Skip to content

Stichting De Sportwereld

Navigation

  • 2: Sportgeschiedenis
  • 3: Etymologie
    • 3.1: Overzicht
    • 3.2: Auto’s en motoren
    • 3.3: Badminton
    • 3.4: Basketbal
    • 3.5: Boksen
    • 3.6: Cricket
    • 3.7: Golf
    • 3.8: Honkbal
    • 3.9: Judo
    • 3.10: Kaatsen
    • 3.11: Klootschieten
    • 3.12: Krachtsport
    • 3.13: Meerkamp
    • 3.14: Ringrijden
    • 3.15: Rugby
    • 3.16: Schaken
    • 3.17: Schermen
    • 3.18: Skiën
    • 3.19: Skûtjesile
    • 3.20: Sport
    • 3.21: Tafeltennis
    • 3.22: Tennis
    • 3.23: Triatlon
    • 3.24: Turnen
    • 3.25: Voetbal
    • 3.26: Zwemmen
  • 4: Organisatie
    • 4.1: Organisatie
    • 4.2: Voorzitter - Dr. Pieter Breuker
    • 4.3: Secretaris - Nico van Horn
    • 4.4: Penningmeester - Edwin Luttik
    • 4.5: Bestuurslid en ledenadministratie - Remco van Dam
    • 4.6: Projectcoördinator - Wilfred van Buuren
    • 4.7: Projectmedewerker - Peter Los
    • 4.8: Hoofdredacteur - Max Dohle
  • 5: Projecten
  • 6: Magazine
  • 7: Bibliografie
    • 7.1: Bibliografie
    • 7.2: Aanvullingen
  • 9: Links
  • 10: Contact
    • 10.1: Contact formulier
    • 10.2: Lid / Magazine Formulier
    • 10.4: Aanvulling Bibliografie
    • 10.5: Mailinglist Bibliografie

: 
U bent hier: Home » Etymologie » Schaken

Schaken

Het schaakspel komt uit het Oosten, en het spel weerspiegelt de wijze van oorlogsvoeren die van 400 voor tot 400 na Christus (ik kan er een jaartje naast zitten) in het oosten de praktijk was: het gevangen nemen of doden van de vijandelijke vorst. Het eerste geschrift waarin schaak genoemd wordt is een Perzische tekst uit ongeveer 600. Voor de allerjongsten onder ons: Perzië heet tegenwoordig Iran. Ooit was het een enorm rijk, waar een sjah regeerde en niet de fundamentalistische ayatollahs van tegenwoordig (maar in feite is er natuurlijk weinig veranderd). In de naam van het spel zit die sjah verborgen. Het Perzische shah betekent ‘koning'. Rond 1100 (weer: ik kan er een jaartje naast zitten) was het schaakspel in geheel Europa bekend, vooral door toedoen van de Arabieren, die het spel in Perzië hadden leren kennen. Via het Oud-Franse eschac ‘schaakspel' of ‘schaakzet', kwam men in de lage landen aan het einde van de 13e eeuw tot het woord scaec, met dezelfde betekenis. Het werkwoord schaken is afgeleid van schaak.

Een strijdlustig spelletje dus, schaak, terwijl er tijdens belangrijke wedstrijden juist een trommelvliesscheurende stilte hangt. Het spel was gebaseerd op de vier traditionele Oosterse legerdivisies: de infanterie (de pionnen), de cavalerie (de paarden), de strijdwagens (de torens) en oorspronkelijk - denk aan de Oosterse oorsprong - de olifanten. En natuurlijk de koning en koningin, die beschermd moeten worden. In de ontwikkeling van het spel door de eeuwen heen, werden de olifanten lopers, die een grotere bewegingsvrijheid hadden, en vóór de koningin had de koning geen vrouw, maar een fers (van het Arabische firzan, ‘raadsman' of ‘generaal'). Dat was een zwakkeling, die in de late Middeleeuwen aan de kant werd gezet door de koningin, die veel beweeglijker en machtiger was. Het is bijna een Shakespeare-drama! Paarden, lopers, het vorstelijk echtpaar en torens laat ik even voor wat ze zijn, maar pion is misschien wel leuk om te verklaren: van het Middeleeuws Latijnse pedo ‘voetsoldaat', van ‘pes ‘voet'. Ook hier dus weer de krijgshaftige inslag van het spel.

Als een van de spelers de ander door het verplaatsen van de stukken zodanig in een hoek gedreven heeft dat de koning er hoe dan ook aangaat, roept hij (of zij): "Schaakmat," of kortweg: "Mat!" Dat is dan waarschijnlijk het enige Perzisch dat die persoon spreekt, en waarschijnlijk ook nog zonder zich er bewust van te zijn. Mât betekent ‘is dood'. Voluit betekent schaakmat dus: de koning is dood.

Naast schaakmat is er ook nog pat (maar nooit schaakpat): de koning staat niet mat, maar kan niet meer verzet worden zonder dat hij mat komt te staan, terwijl er ook geen andere stukken meer kunnen worden verzet. Pat komt via het Franse pat van het Itialiaanse (essere) patta ‘quitte zijn'. Van patto ‘verdrag, overeenkomst', van het Latijnse pactum (vergelijk ons pact). Beide spelers schudden elkaar de hand en komen een remise overeen. Het woord patstelling kan ook overdrachtelijk worden gebruikt als twee partijen totaal vastzitten tijdens bijvoorbeeld onderhandelingen tussen treinpersoneel en de NS-directie.

De Sportwereld nr. 25 - november/december 2001 Gerbrand Bakker


Aantal bezoekers: 653                           © Copyright 2004-2010 - Stichting De Sportwereld - Disclaimer - Hosting en Design