Ringrijden
Zoals ik al vaker deze rubriek ben begonnen: de hoofdredactrice beschikt, de schrijver wikt. Ik kreeg een mailtje met de mededeling dat ringrijden de centrale sport zou zijn voor de nieuwe Sportwereld. Mijn eerste gedachte was: ‘Wat is in godsnaam ringrijden?' Ik pakte de Van Dale erbij. Gelukkig: ringrijden = ringsteken. Ik kom uit West-Friesland en daar heet de volkssport ringsteken, vandaar. Vervolgens belde ik met Wilfred van Buuren, die beschikt over veel kennis en boeken. Hij bladerde wat in Het Grote Volkssporten Boek van Erik de Vroede (Leuven 1996), kwam uit op bladzijde 103 en riep "Quintana!". Daarin zou de oorsprong liggen van het ringsteken. "Maar wat is dat dan?" vroeg ik. "Nou," zei hij, nogal vaag, "iets met ridders, toernooien en Middeleeuwen." Ja, ja.
Daarna ging ik het internet op. Al snel kreeg ik een taalkundig beeld van de benaming. In Zeeland is de naam van de volkssport ringrijden (de Zeeuwen doen graag voorkomen dat het een typische Zeeuwse sport is, die zich mag verheugen in een grote belangstelling van de koninklijke familie), in de rest van Nederland ringsteken. Dat was toch al een stap voorwaarts, in mijn hoofd vormde zich een taalkaart zoals sommigen van u die wellicht kennen zoals beschreven in Het Bureau van J.J. Voskuil. Ook ontdekte ik dat de ring en de ‘lans' de centrale spillen vormen van de sport; het vervoersmiddel waarop de sporter zich bevindt kan variëren van 1) een ongezadeld paard, 2) een sjees met een tweespan ervoor, 3) een stalen ros (=fiets), 4) een paar schaatsen en 5) een slee met één of twee paarden. Mijn grootvader, Jan Bakker Czn, die leefde van 1898 tot 1994, heeft in 1942, toen ook de achtste Elfstedentocht gereden werd, in de haven van Kolhorn de tweede prijs gewonnen met het paard Nellie voor de arrenslee.
De woorden ring, rijden en steken zijn alledrie van Germaanse oorsprong en daarom is er weinig spannends over te vertellen. Ik kan hier de Oud-Noorse, Oud-Engelse, Oud-Hoogduitse en wat-niet-al vormen geven, veel betekenisverandering is er niet opgetreden. Oerwoorden zijn het, die fundamentele concepten weergeven.
Goed, dan maar op zoek naar het raadselachtige Quintana. Zo her en der. Er is een schrijver van kinderboeken en tv-series die luistert naar het pseudoniem Anton Quintana en de naam Anton Kuyten. Quintana is de achternaam van zijn Baskische moeder, een afstammelinge van Spaanse grootgrondbezitters. Is Quintana een Spaans begrip? In Foligno, een stad in het Italiaanse Umbrië, wordt ieder jaar in september een historisch ringsteekspel gehouden dat Giostra della Quintana heet, inclusief ridders in kostuums uit de zevende eeuw. Is Quintana een Italiaans begrip? Vervolgens pakte ik de Webster's Dictionary erbij, je weet maar nooit. Bingo! Het Engels kent quintain, een paal waarop een horizontale, om z'n as draaiende balk bevestigd is, met een plank aan de ene kant en een zak zand (of iets dergelijks) aan de andere kant. Een ruiter stak met een lans naar de plank en moest de zak zand vervolgens zien te ontwijken. Van het Oud-Franse quintaine. Vijf, dus, iets met vijf. Maar wat? Het Oud-Franse quintaine gaat terug op het Latijnse quintana (Aha, daar hebben we hem!): ‘straat in een Romeins legerkamp, tussen de vijfde en zesde manipel'. Een manipel is een troepenafdeling in het Romeinse leger. Van quintus, ‘de vijfde'. In die straat, en schijnbaar uitsluitend in die straat, trainden Romeinse soldaten te paard en te voet hun steekvaardigheden, op één of ander doel.
Maar wat hebben we aan deze kennis als de Winkler Prins vermeldt: ‘Dat het [het ringsteken, GB] een navolging van middeleeuwse ridderspelen zou zijn is nooit bewezen.' Ach, kennis (in welke vorm dan ook) is altijd beter dan géén kennis. En ik heb via deze zoektocht toch maar mooi een stukje geschreven over een onderwerp waarmee ik niets dacht te kunnen beginnen.
De Sportwereld nr. 32 - januari 2004 Gerbrand Bakker
