Meerkamp
‘Meerkamp,' verordonneert de hoofdredactrice. Nou, dat is rekbaar. Dit zegt Van Dale er over: ‘wedstrijd over meer dan één onderdeel door dezelfde deelnemer'. Zo'n beetje alle betekenissen die kamp in het Nederlands heeft, zijn afgeleid van het Latijnse campus, ‘veld' en - later - ‘legerplaats' en ‘slagveld'. In het Nederlands werd daaruit de betekenis ‘strijd' gedestilleerd.
De oorspronkelijke vorm van de meerkamp is de pentatlon, van het Griekse pente, ‘vijf' + athlon, ‘(prijs van een) wedstrijd'. De vijfkamp. In de Griekse oudheid waren atleten worstelaars en boksers. Later pas kwamen er meer onderdelen bij en werd de atletiek onderverdeeld in drie vormen: oefeningen met het hele lichaam (worstelen en boksen), oefeningen met de voeten (hardlopen en verspringen) en oefeningen met de armen (discus- en speerwerpen). Hét evenement tijdens de antieke Olympische Spelen was dan ook de pentatlon: mannen deden een hardloopwedstrijd over de lengte van het stadion, sprongen ver, wierpen met de discus en de speer. Om de winnaar te bepalen gingen de nummers 1 en 2 in het algemeen klassement na vier onderdelen nog een potje worstelen.
Vanaf dat moment werd het achtervoegsel -at(h)lon vogelvrij verklaard: er kon van alles vóór geplakt worden. Zo vonden de mannen de vijfkamp niet zwaar genoeg, en werd de decatlon geïntroduceerd, van deka, ‘tien'. Veel, veel later mochten vrouwen ook hun krachten meten op de meerkamp en toen werd niet handig (immers: het woord bestond al) teruggegrepen op de pentatlon, maar ontstond de heptatlon, de ‘zevenkamp'. Let wel: de tien- en zevenkamp zijn buitensporten, als de atleten indoor rennen, springen en werpen, doen de mannen een zevenkamp en de vrouwen een vijfkamp. Baron De Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen, heeft voor taalkundige onrust gezorgd door zijn geheel eigen vijfkamp te verzinnen: 600 meter steeplechase te paard, floretschermen, pistoolschieten, 300 meter vrije slag zwemmen en 4000 meter cross-countryloop. Om verwarring te voorkomen, wordt deze vijfkamp ook wel de ‘moderne' of ‘militaire vijfkamp' genoemd.
De tien-, zeven- en vijfkamp zijn ‘atletiekwoorden' en ze zijn alle drie Grieks in oorsprong. Soms is het verleidelijk om een idee dat je in je hoofd hebt in een etymologische mal te gieten, om taalkundige bewijzen aan te kunnen dragen voor een theorie. Zo vind ik het persoonlijk wel fijn dat de meeste nieuwerwetse meerkampen, die niets met atletiek te maken hebben, half Latijn zijn, en zich alleen al in dat opzicht onderscheiden van de ‘antieke meerkampen'. Er is echter één meerkamp die roet in het eten gooit, zoals hieronder duidelijk zal worden. Triatlon (zwemmen, wielrennen, hardlopen) is afgeleid van het Latijnse tri, ‘drie' (hoewel de eerlijkheid gebiedt hier te vermelden dat tri op zijn beurt afgeleid is van het Griekse trias) en biatlon (wielrennen en hardlopen) van het Latijnse bi, ‘dubbel'. Veel mensen zullen een triatlon voor mensen met watervrees een biatlon noemen, maar dat mag niet: officieel heet die sport duatlon, van (en ja: hier gaat mijn theorie!) het Griekse duô, ‘twee'. De biatlon is een loodzware wintersport: heel ver langlaufen en tussen het langlaufen door - met trillende en van kou verstijfde vingers - op een doel schieten.
Als ik de meerkampen zo eens optel, kom ik op vijf stuks (biatlon en duatlon gaan op één hoop). Dat kan beter. Waar blijven de tetratlon, hexatlon, oktatlon en enneatlon, de vier-, zes-, acht- en negenkamp? Nee wacht, de zeskamp bestaat (bestond) al, daarmee heeft de ncrv ons in een grijs verleden jarenlang lastig gevallen op de tv. Maar goed, er zijn vast mensen te vinden die voor de overige drie meerkampen een leuke sportieve invulling weten te bedenken. Een monatlon, een ‘éénkamp', heeft weinig zin. Lijkt mij.
De Sportwereld - Gerbrand Bakker
