Honkbal
"Hoeve Honk", een prachtige, oude boerderij in mijn geboortedorp, een jaar of tien geleden helaas afgebrand. Op de plaats van die vergane polderglorie verrees een fonkelnieuwe boerderij, maar de naam is gebleven. Mensen zijn gehecht aan hun eigen plekje, een veilige plek die bescherming biedt tegen de boze buitenwereld, een vrijplaats waar ze dingen kunnen doen en laten die ze buiten het erf of de deur niet kunnen doen en laten. Het Middelnederlandse honc betekende ‘thuis' of ‘vrijplaats bij kinderspelen' en de laatste betekenis is nog steeds de eerstgenoemde in de Dikke van Dale. Verder is het woord alleen in het Fries bekend.
Honkbal is een vertaling van baseball, en de Amerikanen hebben het woord op hun beurt (via de koloniserende Engelsen) via het Frans en het Latijn uit het Grieks. Basis betekende onder andere ‘danspas', ‘maat' en ‘fundament'. Volgens de Webster's Dictionary is baseball "the national game of the U.S.A. [...] and the game has spread to many countries." Toen de sport overwaaide naar Nederland (de Koninklijke Nederlandse Honkbalbond werd in 1912 opgericht), konden wij er al onze weemoedige herinneringen aan onze kindertijd in kwijt, en men aarzelde niet om dat heerlijk vertrouwde honk (bijvoorbeeld de boom waar, als we onze modderige kinderhandjes tegen de stam hadden gedrukt, je niet langer getikt kon worden) te gebruiken voor de Nederlandse vertaling. Het is alleen wel jammer (of niet) dat de sport zélf ons nooit echt vertrouwd is geworden.
Hierboven schreef ik dat het woord honk alleen in het Nederlands en Fries voorkomt. Dat is niet helemaal waar; het komt in de betekenis ‘thuis' alleen voor bij ons. Het Engels kent ook het woord honk. Nogmaals de Webster's: "the call of the wild goose; a similar sound, e.g. of a car horn." Heel iets anders dan baseball dus.
De Sportwereld nr. 20 - juni 2000 Gerbrand Bakker

