Golf
Golf is een van de weinige Nederlandse woorden die in het Engels is terechtgekomen, in die taal enigszins is aangepast en die véél later, in de nieuwe vorm, weer teruggeleend is. Ik zie ze al staan, de deftige mannen in zwarte pakken, tijdens de oprichting van de Nederlandse Golf Federatie in 1914, omringd door drank, hapjes en wulpse dienstertjes, in een zelfgenoegzame jubelstemming omdat zij aan de wieg stonden van de introductie van deze zeer Engelse sport in ons land. Wisten zij veel dat golf gewoon ons eigen Middeleeuwse kolven was, en in die tijd, maar vooral ook in de 16e en 17e eeuw ons populairste volksvermaak? Overal in Nederland lagen kolfbanen, eerst vooral in de buitenlucht, later in herbergen en kroegen. Pas veel later introduceerden herbergiers en kroegbazen het biljartspel (wat als voordeel had dat een biljarttafel minder ruimte in beslag nam), en het biljarten verdrong het kolven. Maar hoe heet het dikke achterstuk van een keu? Juist: een kolf. Alleen in West-Friesland is men het kolven trouw gebleven, en wordt de kroeg in menig dorp één keer in de week bezet door mannen en vrouwen met kolfstokken en -ballen. Tegenwoordig liggen nergens in Nederland in de open lucht nog kolfbanen. Golfbanen daarentegen komen er steeds meer, vooral sinds gewone voetballers (toch jongens van het volk) de sport hebben ontdekt, en ook minder gefortuneerde Nederlanders de fairway en de greens durven betreden.
Het Oxord English Dictionary (OED), een zeer gezaghebbend woordenboek, is het niet eens met de kolf-theorie omdat er geen schriftelijk bewijs zou zijn dat het kolven eerder bestond dan het Schotse golf. (Men gaat ervan uit dat golf in Schotland ontstaan is.) Welnu: het Middel-Nederlands Woordenboek geeft als eerste vermelding van colfbane het jaar 1433 aan (en zonder kolfbaan geen kolfspel, lijkt mij), terwijl de eerste vermelding van golf in 1457 opduikt, in een Schotse keur die nota bene handelt om verboden spelen. In de Middeleeuwen waren de Zuidelijke Nederlanden economisch sterker dan Engeland, en hoe gaat dat met taal: als je macht hebt, wil men je woorden hebben. Hoe het precies gegaan is, is niet meer achterhalen, maar dit bezwaar van het OED is ongegrond. Een ander bezwaar van het OED is dat nergens in Schotland of Engeland een vorm met een c of een k aangetroffen is. Dit is een taalkundig belangrijk argument. Maar stel je eens voor dat je een rijke Middeleeuwer bent, op vakantie in Schotland, en aan een arme Schot vertelt wat men zoal in Nederland doet om zich te vermaken. "We play a lot of kolf" kan al snel verstaan worden als "We play al lot of golf". De k en de ‘harde' g liggen heel dicht bij elkaar in de mond. Ook stelt het OED dat kolven en golf niet op dezelfde wijze gespeeld worden. Daar breng ik tegenin dat het vooral gaat om de bal en het slaghout en of de bal dan tegen een paal geslagen wordt of in een hole terecht dient te komen, is een detail.
Tijdens de oprichtingsbijeenkomst van de NGF liepen vast en zeker ook caddies rond, die de wulpse dienstertjes het hoofd op hol brachten met hun Engelse snorretjes en geruite pofbroeken. "Wat zijn ze Brits!" zullen ze elkaar met roodbebloosde koontjes in het oor gefluisterd hebben, aangestoken als ze werden door de opgeblazen bobo's. Niks, hoor. Ook caddie is een leenwoord. Van het Franse cadet, dat, vóór het ‘leerling aan een militaire school' ging betekenen, ‘jongere broer of zoon' of ‘heertje' betekende. En wat doe je met jongere broertjes? Die gebruik je om alles wat je achter je laat slingeren op te ruimen.
De Sportwereld nr. 22 - februari/maart 2001 Gerbrand Bakker


