Drie Rotterdamse zeilers en een Haagse schermer: De eerste Nederlandse Olympiërs

Drie Rotterdamse zeilers en een Haagse schermer: De eerste Nederlandse Olympiërs

Wie Anthony ‘Ton’ Bijkerks Olympisch Oranje van 2012 op de plank heeft staan, heeft een schatkamer in huis. Een schatkamer aan informatie over de Nederlandse deelnemers aan alle Olympische Spelen, zomer en winter, van Parijs 1900 tot en met Londen 2012. Drie Rotterdamse zeilers (Smulders, Hooijkaas en Van der Velden) vormden samen het eerste Nederlandse team dat ooit ‘Olympisch’ in actie kwam, een Haagse schermer (Van Nieuwenhuizen) was de eerste individuele sporter.

Affiche voor de Wereldtentoonstelling in Parijs 1900.

Een van de belangrijkste resultaten van Bijkerks monnikenwerk is het boven water halen van de gegevens over Nederlandse deelname aan de Olympische Spelen van Parijs, 1900. Zoals Bijkerk schrijft: ‘Het Nederlands Olympisch Comité was er bijvoorbeeld tot ver na de Tweede Wereldoorlog van overtuigd dat Nederland voor het eerst bij de Olympische Spelen van 1908 in Londen acte de présence gaf.’ De Parijse Spelen, de meest chaotische in de geschiedenis, vonden plaats in directe concurrentie met de Parijse Wereldtentoonstelling van hetzelfde jaar. In het kader van deze tentoonstelling vonden eveneens sportwedstrijden plaats die, in tegenstelling tot die van de Spelen, zwaar werden gesubsidieerd en bovendien voor sommige sporten golden (en werden aangeduid) als wereldkampioenschappen. Het hoofd van het Olympische organisatiecomité, Charles de la Rouchefoucauld trok zich terug en de rol van Pierre de Coubertin, grote man van de Olympische beweging en voorzitter van het I.O.C., werd gemarginaliseerd. Zijn eigen commentaar was later: ‘Ik gooide de handdoek in de ring – en dat was een fout’.

Het was en is nog steeds een enorme klus om achteraf ‘Olympische Spelen’ te reconstrueren uit de ontstane wirwar. Bij navraag waren nabestaanden van destijdse Nederlandse sporters gewoonlijk ‘stomverbaasd’ te horen dat hun voorvader had deelgenomen, laat staan kon gelden als Olympisch kampioen. In 2012 deed Bijkerk daarom het ruimhartige voorstel om alles als Olympisch te beschouwen wat destijds plaatsvond in het kader van de Wereldtentoonstelling, zolang het een aantoonbaar internationaal karakter had. Omdat tot de tentoonstellingswedstrijden professionele sporters werden toegelaten, is een controversieel gevolg daarvan dat ook zij als Olympiërs worden gekwalificeerd. Harde profs zoals Jaap Eden en Mathieu Cordang zijn dan Parijse Olympiërs zonder het zelf beseft (mogelijk: zonder het zelf gewild) te hebben, omdat zij in het kader van de tentoonstelling deelnamen aan wielerwedstrijden op de baan van Vincennes. Het laatste woord hierover is onder Olympische sporthistorici nog niet gezegd.

Hieronder worden vier sporters onder de loep genomen die vanuit het gezichtspunt van de Nederlandse geschiedschrijving van de Olympische Spelen belangrijk waren. Door de manier waarop het programma van de Wereldtentoonstellingswedstrijden in elkaar stak vormden drie Rotterdamse zeilers samen het eerste Nederlandse team dat in Parijs – en daardoor op ‘Olympische Spelen’ überhaupt – in actie kwam. De Haagse degenschermer Van Nieuwenhuizen was de eerste individuele Nederlandse Olympiër.

Bravo, heer Smulders!

Drie avontuurlijke Rotterdammers doen in mei 1900 mee aan zeilwedstrijden op de Seine bij Meulan ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in Parijs. Een sportief uitje is het, gekoppeld aan de zakelijke belangen van Henri Smulders. Zijn metgezellen zijn Chris Hooijkaas en Arie van der Velden. Hun belangstelling is waarschijnlijk gewekt door (schaarse) publicaties in Nederlandse media. Op 27 januari 1900 kondigt het weekblad Nederlandsche Sport aan: ‘Zeilwedstrijden in Meulan, ter gelegenheid van de Parijsche Tentoonstelling. Aan prijzen zal voor frs 50.000 uitgeloofd worden.’

Henri Smulders (1863-1933) rond 1910. Collectie familie Smulders.

Het prijzengeld wordt anderhalve maand later, zowel in Nederlandsche Sport van 10 maart als Het Nieuws van den Dag van 13 maart, extra benadrukt als stimulans tot deelname van Nederlandse zeilers. ‘Als de eigenaren van jachten, zooals onder meer Mascotte, Zwaluw, Go-ahead, enz. besluiten konden er aan deel te nemen, twijfelen wij niet of zij zouden een goed figuur maken en een flink bedrag der waarlijk niet minne prijzen thuisbrengen. Wij hopen, dat de eigenaren dit eens ernstig in overweging zullen nemen, daar het, van alle zijden bezien, ons niet onvoordeelig lijkt.’

Op 19 mei begroet Nederlandsche Sport juichend de inschrijving van Henri Smulders. ‘De heer H. Smulders te Rotterdam heeft zijn yacht Mascotte voor de wedstrijd te Meulan ingeschreven. Bravo, heer Smulders! Van harte hopen wij dat u succes zult hebben, doch mocht zulks onverhoopt het geval niet zijn, dan verdient uw streven om onze Hollandsche vlag in den vreemde te ontplooien, waardeering.’ Het enthousiasme geldt alleen de dan 36-jarige Henri (1863-1933). Zijn kompanen Chris Hooijkaas (1861-1926) en Arie van der Velden (1881-1967) worden nog niet genoemd. Hun deelname raakt pas tijdens de wedstrijden zelf bekend.

Smulders meldt zich met zijn sharpie Mascotte aan voor de ‘open’ wedstrijd en de klasse 3-10 ton. De Mascotte, een viertonner, is in Nederland gebouwd en trekt volgens het officiële Parijse verslag van 1901 bijzondere aandacht. Bij wedstrijden in Nederland en België finisht de Mascotte regelmatig voorin. Naast de zeilwedstrijden lokt de grote tentoonstelling Smulders naar Parijs. Het bedrijf van zijn vader, later bekend geworden als Gusto, maakt namelijk grote bloei door. Gusto, een samenvoeging van de voornamen van vader Guus en moeder Cato Smulders, is ontstaan in ’s-Hertogenbosch, op 20 augustus 1863 de geboorteplaats van Henri Smulders. De groei van het bedrijf (in 1978 opgegaan in IHC Merwede) maakt diverse verhuizingen noodzakelijk: eerst naar Utrecht, later naar Slikkerveer en Schiedam.

Henri (voluit: Henricus Petrus Augustinus Johannes) Smulders trekt voor het familiebedrijf de hele wereld over. Op de tentoonstelling kan het bedrijf de nieuwste versies van een baggermachine en een stoomketel presenteren. ‘Mijn vader heeft me wel eens verteld dat zijn vader voor de grote uitbreiding van Gusto rond 1900 twee hallen heeft opgekocht van een tentoonstelling in Parijs. Hij heeft die hallen daar af laten breken en in onderdelen naar Nederland laten vervoeren. Over Olympische Spelen, laat staan zeilwedstrijden in Parijs, heb ik eerder nooit iets gehoord’, vertelt kleinzoon Folke Smulders (1949) als hij in 2004 door het Brabants Dagblad voor het eerst met de olympische avonturen van zijn grootvader wordt geconfronteerd. Wat de wereldtentoonstelling voor het bedrijf verder heeft betekend, blijft onduidelijk.

Vlootshow in Parijs

Het zeilprogramma van de wereldtentoonstelling bestaat, binnen sectie VIII ‘Sport Nautique’, uit twee gedeelten met in totaal zeven disciplines. Het eerste deel, in de lichtere klassen, wordt van 20 tot en met 27 mei gehouden in een bocht van de Seine, bij Meulan, zo’n 30 kilometer ten zuidwesten van Parijs; tussen de bruggen van Meulan en Triel is een traject van elf kilometer uitgestippeld. Het tweede deel, voor de zwaardere boten, vindt van 1 tot en met 5 augustus plaats in de monding van de Seine op Het Kanaal bij Le Havre. In Meulan zijn de jachten ingedeeld in vijf klassen tussen de 0,5 ton en de 10 ton. Bij Le Havre wordt in de 10-20 ton gevaren.

Zeiljachten uit diverse klassen bij de open wedstrijd op zondag 20 mei 1900 op de Seine bij Meulan. Bron: Wikipedia, ‘1900 Summer Olympics’.

Op 20 mei in de open klasse is de Mascotte een van de zeven buitenlandse deelnemers, te midden van voornamelijk Franse boten. De Nederlandse boot haalt de uitslag niet. Hetzelfde lot treft de Sans Gène, het voormalige jacht van Prins Hendrik dat onder Amerikaanse vlag vaart met de Fransman Georges Maillard als eigenaar. Het Rotterdamsch Nieuwsblad wijdt er op 23 mei 1900 een kort berichtje aan: ‘Te Meulan zijn Zondag j.l. de internationale zeilwedstrijden begonnen, die deel uitmaken van de sportfeesten, georganiseerd ter gelegenheid van de tentoonstelling. Aan den eerewedstrijd namen 64 jachten deel; de uitslag was: 1. “Scotia”, een Engelsch jacht; 2. “Aschenbrödel”, een Duitsch jacht.’

Veel Parijzenaars grijpen de vlootshow aan voor een zondags uitje naar de Seine. Nog nooit hebben ze zoveel jachten bijeen gezien, van halve tonners tot tientonners. De boten komen in groepen, per categorie, voorbij. Van sportieve strijd is nauwelijks sprake, mede omdat het vrijwel windstil is, met een sterke getijdenstroom. Stroomopwaarts krijgen de jachten amper snelheid. Zo blijft het vooral een demonstratie. Als na vier uur varen nog geen enkele boot de finish heeft bereikt,  overweegt de jury even om de wedstrijd af te vlaggen. Uiteindelijk zullen alleen de eerste zeven de regatta voltooien.

Op 24 mei volgt de eerste wedstrijd in de klasse 3-10 ton. Correspondent ‘X’ doet in Nederlandsche Sport hiervan verslag, in een summiere toevoeging aan zijn bericht over de openingswedstrijd van 20 mei: ‘Het zal uw lezers waarschijnlijk wel interesseren iets van de Mascotte op de zeilwedstrijden te Meulan bij Parijs te vernemen en waar ik toeschouwer was. Aan den wedstrijd namen 64 jachten deel. De serie der Mascotte was 12 jachten groot. Bij het begin van den race was er eenige wind en ging de Mascotte juist op tijd om 1 uur 17 min. mooi door de boei en liep reeds spoedig op hare concurrenten uit. Ongelukkigerwijze trad na eenigen tijd windstilte in en was de heele race drijven, zoodat deze dag geen resultaten opleverde. Gisteren, tweeden dag, behaalde de Mascotte den tweeden prijs. P.S. Mascotte werd door den heer amateur C. Hooykaas gezeild. Ook was nog aan boord de amateur Van der Velden van R’dam.’

Het Algemeen Handelsblad roemt op 26 mei de tweede plaats als een ‘groot succes’: ‘Zeilen. Ten spijt van het ongunstige weêr heeft de derde tentoonstellingswedstrijd voor zeiljachten te Meulan waaraan o.a. de op onze wateren zoo goed bekende Mascotte van den heer H. Smulders te Rotterdam deelnam een groot succes gehad. […] Jachten van 3 tot 10 ton. 1e Fémur (Fransch) van Girardoni in 1 uur 57 min. 54 sec. 2. Mascotte van H. Smulders tijd 2 uur 15 min. 34 sec.’ De tijden komen bij lange na niet overeen met de tijden in het officiële rapport van de organisatie. Daarin finisht de Mascotte als tweede na 3 uur, 9 minuten en 45 seconden, ruim vier minuten na het Franse jacht Fémur van de Fransman Henri Gilardoni, een vijftonner. Na bijtelling van de handicaptijd, naargelang het gewicht aan waterverplaatsing, houdt de Fémur 1 minuut en 50 seconden over op de Mascotte.

Op zondag 27 mei vindt de laatste wedstrijd plaats. Het Algemeen Handelsblad  meldt op 30 mei daarover: ‘Zeilen. Tal van protesten werden Zondag ll. door de verschillende deelnemers aan de Parijsche tentoonstellingswedstrijden bij Meulan ingediend. Er waren bijzonder veel belangstellende[n] en het weer was prachtig, echter niet om flink te zeilen daar eerst in den namiddag een licht briesje kwam opzetten dat de vaartuigen in staat stelde de baan geheel te vol eindigen. De uitslag was […] 3-10 ton, 1 Bona [F]ide van Howard Taylor (Eng.), 2 Turquoise van Michelet (Fransch).’ Mascotte werd ditmaal vierde, achter Gitana (Frankrijk), Frimouse (USA) en na diskwalificatie van het Franse jacht Turquoise, dat nog voor Mascotte over de finishlijn was gevaren.’

Niet minne’ centen

Als eigenaar van de Mascotte verdient Smulders met de tweede en vierde plaats respectievelijk 800 en 600 francs. Smulders, Hooijkaas noch Van der Velden had enig idee dat vele jaren later hun deelname aan de zeilwedstrijden bij Meulan als aanwezigheid op de Olympische Spelen van Parijs 1900 zou worden aangemerkt. En dat daarbij de vraag een rol zou spelen of door het uitkeren van geldprijzen die deelname überhaupt wel als Olympisch mag worden betiteld.

Hooijkaas en Van der Velden werden door correspondent X van Nederlandsche Sport gekwalificeerd als ‘amateurs’. Terecht, want Smulders kreeg ongetwijfeld als eigenaar van de Mascotte alle ‘niet minne’ centen op zijn bankrekening. Maar centen waarvoor? Smulders zeilde vrijwel zeker zelf niet mee, wat af te leiden is uit meerdere krantenberichten. X meldt dat het jacht door Hooijkaas werd gezeild met Van der Velden ook aan boord – Henri wordt niet genoemd. Het Algemeen Handelsblad van 27 mei noemt de Mascotte ‘van den heer H. Smulders gestuurd door den heer C. Hooijkaas’.

Het duidelijkst van allemaal is de editie van het Algemeen Handelsblad van 26 mei 1900. Uitgerekend voor de race waarin de Mascotte tweede wordt, vermeldt de krant een publiek van ‘talrijke aanwezigen’, een indrukwekkende reeks aristocraten en hoogwaardigheidsbekleders, met in hun midden H. Smulders: ‘[…] de heeren: Bar. de la Jaille, de Merillon, Jean d’Estournelle de Constant, Markies de Rochechovart, Graaf de Biré, H. Smulders, d’Andigré, Graaf de Pourtales enz., benevens de afgevaardigde der Nederl. Zeilsport jhr. W. Six.’ Daniel Mérillon is de president van het organisatiecomité en wordt in 1901 de redacteur van het officiële verslag van Parijs 1900. Hij is de opvolger van Charles de la Rochefoucauld, die in 1899 aftrad als president na interne controverses. Hermann Alexander de Pourtales uit Zwitserland is met zijn neef Bernard en Amerikaanse vrouw Hélène (Barbey) eerste en tweede in de twee races van de 1-2 tonklasse. Zij geldt als de eerste vrouwelijke Olympische kampioene. Jhr. Willem Six is sinds 1897 voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging en zelf een bekend wedstrijdzeiler.

Het officieel rapport van de organisatie herhaalt een gelijksoortige ‘eretribune’ bij de wedstrijd op 27 mei, opnieuw met jonkheer Six en Henri Smulders te midden der notabelen. De conclusie laat zich raden: Henri Smulders: aanwezig ja, zeiler nee. ‘Non-sailing captain’ wordt dat wel genoemd.

Patroon, en varensgezel

Roelof Klein en François Brandt roeien in Parijs op de Seine naar het eerste Nederlandse Olympische goud (twee met stuurman) tijdens de Spelen van 1900. Tussen hen in het onbekend gebleven Franse stuurmannetje. Bron: Gedenkboek uitgegeven door het bestuur van de Delftsche Studenten Roeivereeniging “Laga” bij de herdenking van het 50-jarig bestaan op 13 april 1926. Delft: Waltman, 1926.

Christoffel (Chris) Hooijkaas is een bekend figuur in Rotterdam. Door Ton Bijkerk wordt hij een ‘zakenman’ genoemd. Volgens een  gezinskaart in het gemeentelijk archief van Rotterdam is hij aanvankelijk timmerman. Later runt Hooijkaas volgens het Rotterdams Adresboek van 1925 als timmerman een aannemingsbedrijf. Na zijn overlijden op 15 oktober 1926 wordt in de Nieuwe Rotterdamsche Courant stilgestaan bij zijn verdiensten voor de vrijwillige brandweer in Rotterdam gedurende veertig jaar. ‘Als bouwkundige heeft hij bovendien bij vele branden, zijn collega’s deskundige adviezen gegeven.’ In een advertentie in het Rotterdamsch Nieuwsblad herdenken een ‘Jacht-Schipper en Personeel’ hem als hun ‘geachte patroon’, zonder het bedrijf van hun werkgever te noemen

Chris Hooijkaas was zelf ook een actief wedstrijdzeiler. In 1899, een jaar voor Parijs, zeilt hij met de Elisabeth in een wedstrijd op de Zuiderzee, en na 1900 nog met de Elly, de nieuwe boot van Smulders die zijn Mascotte heeft verkocht, en tot zeker 1907 in zijn eigen jacht de Sperwer.

De 18-jarige Arie van der Velden staat in het gemeentelijk archief van Rotterdam te boek als varensgezel en stoker. Gezien de vermeldingen in het gemeentelijk archief van Rotterdam verhuist hij veelvuldig van woonadres, met steeds ruime onderbrekingen. Vier jaar lang staat hij in Engeland ingeschreven. Vermoedelijk heeft hij veel tijd op zee doorgebracht.

Bijkerk schrijft in 2012, in zijn bespreking van de zeilwedstrijden, die kan worden betrokken op heel Parijs 1900: ‘[W]e [hebben] met de Olympische Spelen van Parijs 1900 te maken met bijzondere omstandigheden, die niet kunnen en mogen worden beoordeeld volgens de gebruikelijke maatstaven.’ Hij doelt daarbij op de organisatorische inbedding van de individuele onderdelen, de deelname van professionals en het vaak uitgekeerde prijzengeld.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft op zijn website de wedstrijden en toernooien van Parijs 1900 als Olympische Spelen opgenomen, met per sport een overzicht van alle onderdelen die zij beschouwt als Olympisch. Voor alle zeilklassen worden beide races als aparte evenementen opgesomd, met als gevolg zes ‘medaillewinnaars’ per klasse. Daarop is één uitzondering. Voor de klasse 3-10 ton wordt alleen de laatste race genoemd, waarin de Mascotte vierde werd. De race met het Rotterdamse drietal als tweede ontbreekt. ‘Wij zijn nog bezig onze database aan te vullen’, legt een medewerkster van het Olympic Studies Centre desgevraagd uit.

De Olympische Spelen van 1900 vormen zodoende nog altijd geen afgesloten hoofdstuk.

Van Nieuwenhuizen: schermer in Parijs

Een intrigerend geval in de reconstructie van Parijs 1900 is dat van de deelnemende Nederlandse schermers. Het officiële verslag van de sportevenementen bij de Wereldtentoonstelling noemt deelname van vier sabreurs, twee amateurs en twee profs, die geen van allen verder kwamen dan de voorronde en van wie nooit nadere details, en zeker geen namen, zijn teruggevonden.

Een Amerikaanse sporthistorische bron van 1998 gaf daarentegen wel een naam, die in het officiële verslag ontbreekt, zo schrijft Ton Bijkerk: ‘Dr. Bill Mallon, de auteur van het uitvoerige en meest complete statistische boek over deze Spelen: The 1900 Olympic Games – Results for All Competitors in All Events, with Commentary [van 1998], vond […] één naam van een Nederlander, namelijk die van Van Nieuwenhuizen. [Hij] kwam uit in het degenschermen voor “masters”. Hij werd laatste in zijn poule 1A en kon vervolgens naar huis terugkeren. In de sporttijdschriften uit een iets latere periode werden voldoende aanknopingspunten gevonden om deze mysterieuze schermer te kunnen traceren. Het bleek een Hagenaar te zijn: Eugenius Antonius van Nieuwenhuizen. Nergens in de Nederlandse sportbladen uit 1900 is iets over deze sportman te vinden, noch over zijn deelname in Parijs.’ E.A. van Nieuwenhuizen werd geboren op 3 september 1879 in Den Haag en was, meldt Bijkerk, ‘beroepsmilitair’. Hij overleed op 16 januari 1957, ook in Den Haag.

Uitsnede uit een groepsfoto van militaire schermers. Links staat A. Verheijen, instructeur op de K.M.A. in Breda, rechts staat E.A. van Nieuwenhuizen. https://www.knas.nl/node/2248.

Het Parijse degentoernooi vond volgens deel I van het officiële verslagsrapport uit 1901 plaats als ‘Section III’ gedurende twee weken, van 1 tot en met 15 juni 1900, en – het klinkt aantrekkelijk – ‘Le concours d’épée était confié à la Société d’escrime à l’épée, et ce concours étant plus intéressant en plein air, une terrasse des était désignée par le Comité comme l’emplacement le plus favorable.’ E.A. van Nieuwenhuizen was op dat moment dus 20 jaar oud. Het Engelse ‘masters’ uit het bovenstaande citaat is een vertaling van ‘professeurs’, dat wil zeggen de schermleraren, die als professionals werden beschouwd (en apart werden gehouden van de ‘amateurs’).

In het hier volgende wordt nader ingegaan op dit geval. De conclusie zal zijn, op grond van uitgewerkte bronnen, dat inderdaad een Van Nieuwenhuizen deelnam aan het Parijse degentoernooi. Dit was echter niet de genoemde Eugenius Antonius.

E.A. van Nieuwenhuizen

De bronnen ‘uit een iets latere periode’ waarin Eugenius Antonius van Nieuwenhuizen voor het eerst als schermer verschijnt, beginnen tamelijk lang na 1900, zo’n jaar of zes. Dan bericht Het Nieuws van den Dag van 22 januari 1906 over ‘het Vijfde Wapenfeest van den Koninklijken Onderofficiers-Schermbond’, ook bekend als de K.O.O.S., gehouden op 19 januari in ‘de groote zaal van het Kon. Zool. Bot. Genootschap te ’s-Gravenhage’, bijgewoond door Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. De festiviteiten eindigen met ‘een partij duel-degen tusschen sergt. C.O. de Vaal, v/h 1e reg. vest.-art., en sergt. E. A. van Nieuwenhuizen, v/h reg. gren. en jagers’. Een winnaar wordt niet benoemd, vermoedelijk betrof het een demonstratiepartij voor het hoge gezelschap.

Van 1906 tot 1913 komt Van Nieuwenhuizen uit in wedstrijden, individueel op degen, ‘sportsabel’, ‘fleuret’ en ‘colonne-geweer’, in ‘korpswedstrijden’ als lid van een team van de Brigade Grenadiers en Jagers uit Den Haag en in de functie van ‘directeur’ of ‘commandant’ van de Haagse Schermvereniging ‘Uitspanning door Inspanning’. Nederlandse toppers in deze periode zijn schermers als A.J. Labouchere, M.J. van Löben Sels, W.P. Hubert van Blijenburgh, G. van Rossem en J. Doorman, die internationaal aan wedstrijden deelnemen, zoals de ‘tussenspelen’ van Athene 1906 en de Spelen van Londen 1908. Laatstgenoemde wint in 1907 het prestigieuze toernooi van Parijs op sabel, en wordt daardoor gezien als officieus wereldkampioen.

Maar ook Van Nieuwenhuizen weet aardig wat prijzen binnen te slepen. In augustus 1906 wint hij ‘den 1e prijs colonne-geweer op den internationalen wedstrijd te Antwerpen’, en in juni 1908 in Den Haag het Nederlands militair kampioenschap ‘Personeel sabel, Fransche methode’. Zijn militaire rang wordt daarbij voortdurend vermeld als sergeant, hoewel er aanwijzingen zijn dat hij later promotie maakte, eerst tot sergeant eerste klasse, daarna nog tot sergeant-majoor. Dat laatste blijkt bijvoorbeeld uit een berichtje in 1915 onder de kop ‘Militaire sportdemonstratie’, waarin ‘serg.-maj. Van Nieuwenhuizen’ uitkomt in ‘de partijen schermen sabel en geweer en partijen sabel tegen geweer’.

Daarna verloopt Van Nieuwenhuizens carrière op een ander niveau. Hij verschijnt frequent als jurylid en ‘wedstrijdleider’ bij evenementen van de Haagse plaatselijke schermbond en de landelijke K.O.O.S., waarin hij ook meerdere bestuursfuncties bekleedt. Een enkele keer wordt hij ook genoemd als ‘schermonderwijzer’, in de Haagsche Courant van 5 februari 1923 nog het meest specifiek: ‘Men meldt ons, dat de schermvereeniging ‘Wilhelminagarde’ met ingang van 5 Februari, iederen Maandag-avond, van 8 tot 10 uur oefent in het Gemeente-gymnastieklokaal van Dijckstraat 55a, onder leiding van haar schermonderwijzer, de heer E. A. v. Nieuwenhuizen.’ De Haagsche Courant van 9 december 1924 bericht over wedstrijden in de nieuwe Haagse ‘Schermzaal De Bruijn’ aan de Loosduinscheweg, een maand eerder feestelijk geopend. De leiding van de wedstrijden ‘berust bij de heeren P.C. Paape en A. E. van Nieuwenhuizen, resp. voorzitter en secretaris van de Technische Commissie van den Haagschen Schermbond.’ Hierna droogt de berichtgeving op.

Een Nederlandse bron

De Haagsche Courant, en het dochterblad de Delftsche Courant, bevatten op 26 mei 1900 het volgende bericht: ‘Militaire berichten. De sergeant-majoor Van Nieuwenhuizen, onderwijzer in het schermen en de gymnastiek aan de Normaal Schietschool te ’s-Gravenhage, zal aan de schermwedstrijden tijdens de tentoonstelling te Parijs deelnemen, waartoe hem buitenlandsch verlof zal worden verleend.’

Dus toch: een Nederlands bericht over voorgenomen deelname van deze schermer aan de wedstrijden in Parijs. Een piepklein stukje sporterfgoed – waarmee echter een aantal dingen aan de hand zijn.

Het gat in de berichtgeving over schermer E.A. van Nieuwenhuizen tussen 1900 en later behoeft op zich al nadere verklaring, maar nu komt daar nog meer bij. Een sergeant is (nog) geen sergeant-majoor, en toch wordt Van Nieuwenhuizen hier als zodanig aangeduid. Dat hij als 20-jarige die rang al had en bovendien ‘onderwijzer’ was aan de Normaal Schietschool in Den Haag, is onwaarschijnlijk. Dit instituut werd in 1855 opgericht en viel onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Ministers van Oorlog en van Koloniën. Op die school werden Nederlandse militairen, tijdelijk gedetacheerd vanuit heel Nederland en Nederlands-Indië, fysiek getraind, door middel van cursussen in gymnastiek, schermen, schieten en bewapening. Het ligt niet voor de hand dat de genoemde functies op deze prestigieuze instelling werden toegekend aan een jonge militair, die wettelijk nog niet gold als meerderjarig, een leeftijdsgrens die in 1900 lag op 23 jaar. Als de Parijse schermer niet deze E.A. van Nieuwenhuizen is, wie is hij dan wel? Zijn we terug bij af of is er een andere kandidaat, die beter past?

Ja, die is er.

G.C.E. van Nieuwenhuizen

Al in 1886 bevat de Haagsche Courant van 23 januari het volgende bericht: ‘Aan den te Haarlem te houden wedstrijd in schermen en gymnastiek zullen van de onderofficiers-vereeniging van het regiment grenadiers en jagers deelnemen: Voor gymnastiek de sergeants Menger en Piepers, en voor het schermen de sergeants Korn, Petri, de Chavannes Vrugt, Van Nieuwenhuizen, Classen en Van Rantwijk.’ Het is de eerste keer dat de naam Van Nieuwenhuizen verschijnt in de context van militaire schermwedstrijden, maar als drie dagen later de resultaten van deze ontmoeting worden gepubliceerd, is de naam daar niet bij. Dat duurt tot 1893, in dezelfde Courant van 10 januari: ‘In den scherm wedstrijd, uitgeschreven door de Haagsche vereeniging “Excelsior” en op 7 en 8 dezer gehouden, zijn o.a. de volgende prijzen behaald: Carré geweer, 1e pr., “Uitspanning door inspanning” (onderofficieren van het reg. gren. en jagers); 2e pr., schermvereeniging “Oranje Nassau”; 3e pr., vereeniging “Oranje”, allen alhier; — meester degen, 1e pr., G.C.E. Nieuwenhuizen van “Uitspanning door inspanning”; […] geweer, 1e pr., M.F. Graafland; 2e pr., G. Graafland; 3e pr., G. C. E. Nieuwenhuizen.’ We kennen nu ook de voorletters en een militair verenigingslidmaatschap; het ontbreken van het tussenvoegsel in de achternaam wordt nog goedgemaakt.

Schermen op de Normaal Schietschool in Den Haag. Foto gepubliceerd in De Revue der Sporten 1, nr. 21 (5 maart 1908).

Vanaf 1895 wordt deze militaire sporter geassocieerd met de Normaal Schietschool in Den Haag. Bij grote wedstrijden van de Nederlandsche Schermbond in Den Haag wordt het onderdeel degen gewonnen door ‘G.C.E. van Nieuwenhuizen, sergeant-instructeur bij de Normaal-schietschool’ (Haagsche Courant, 24 december 1895). De ‘sergeant van de grenadiers Nieuwenhuizen, gedetacheerd aan de Normaal Schietschool’ is in 1895-1896 een top-militaire wielrenner, met winst in de wedstrijd Maliebaan-Wassenaar over 22 km. (idem, 31 augustus 1896) en in een wedstrijd over 1 mijl op het Sportterrein in Den Haag (idem, 13 oktober 1896).

We concluderen dat G.C.E. van Nieuwenhuizen in de loop van 1895 als instructeur op de school is aangesteld. Het is precies de functie die genoemd is in de Olympisch aankondiging van 1900 en correspondeert met de genoemde deelname onder de ‘masters’ in de Engelstalige bron. Vervolgens, bij ‘een internationaal Wapenfeest en Schermwedstrijd, op Zondag 8 en Maandag 9 Augustus 1897, in het Feestgebouw op het terrein der tentoonstelling te Dordrecht’, georganiseerd door de Nederlandsche Schermbond, wint ‘G. van Nieuwenhuizen, van de Normaal Schietschool te ’s-Gravenhage’ met het team van de school zowel de Korpswedstrijd op degen als die op geweer, aldus de Haagsche Courant van 11 augustus.

In december 1898 woedt er bijna twee weken lang een discussie in de Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant, met als onderwerp het nut van schermonderwijs binnen dat van de lichamelijke opvoeding. De heren Scholten en Vorstenbosch, beiden vermoedelijk leraren lichamelijke opvoeding, verschillen hierover ernstig van mening. Vorstenbosch verleidt een ‘deskundige’ zijn mening bij te dragen. Dat is G. van Nieuwenhuizen: iemand met gezag, want ‘belast met het schermonderwijs aan de Rijks Normaal-schietschooI te ’s-Gravenhage’. Als ook anderen zich ermee bemoeien, ontspoort de discussie. ‘De heer Van Nieuwenhuizen uit Den Haag heeft me daar leelijk uitgescholden: Br.!’, is het begin van een van de bijdragen. Vermakelijk, maar interessanter is dat Van Nieuwenhuizen zelf vindt dat hij ‘na pl.m. 20-jarigen arbeid, voornamelijk in het schermen, wel kan medepraten’ en dat hij de wederpartij kan verzekeren in ‘Londen en Parijs […] een kijkje te hebben genomen, en niet alleen gekeken, maar ook geschermd’. Het eerste verklaart het vroegste bericht over hem uit 1886, het tweede laat zien dat hij inmiddels is uitgegroeid tot een internationaal schermer en Parijs uit eigen ervaring kent.

Hierna volgt het krantenbericht met de aankondiging van Van Nieuwenhuizens deelname aan de wedstrijden van de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1900. Alles wijst erop dat ‘G.C.E.’ de daarin genoemde sergeant-majoor en schermonderwijzer is.

In januari 1903 houdt de Onderofficiers Schermbond een ‘Wapenfeest’ in Amersfoort; daarbij wordt als afsluiting ‘een schoonheidspartij degen uitgevoerd door sergeant-majoor G. van Nieuwenhuizen, van het regiment grenadiers en jagers, een ook in het buitenland beroemd schermer en een zeer geducht tegenstander bij wedstrijden, en sergeant-majoor De Jong, van het 5e regiment infanterie.’ Een jaar later neemt hij afscheid als bestuurslid van de bond, ‘door pensionnering’; in februari 1905 is het dan ook burgersporter ‘den Heer G. van Nieuwenhuizen (reunist)’ die een ereprijs wint in de afdeling schieten ‘bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan der Normaal Schietschool’ in Den Haag. In het najaar van 1907 publiceert het nieuwe sportblad De Revue der Sporten een serie artikelen onder de titel ‘Schermen en onze Scherminstructeurs’ met daarin een rij namen van oude en nieuwe onderwijzers; hierin ‘Nieuwenhuizen Sr.’, wat aangeeft dat hij dan niet verward moet worden met een jongere naamgenoot.

G.C.E. en E.A. van Nieuwenhuizens

Het Haags Gemeentearchief, en daarvan de website denhaag.digitalestamboom.nl, bevat gegevens die helpen bij het identificeren van ‘G.C.E.’ van Nieuwenhuizen en zijn relatie tot ‘E.A.’.

Op 22 juni 1864 trouwen in Den Haag Geurt van Nieuwenhuizen, 33 jr., sergeant, en Helena Marianne Daan, 26 jr., naaister. Zij erkennen op dat moment drie jonge kinderen: een meisje en twee jongens, onder wie Gerardus Christiaan Eugenius van Nieuwenhuizen. Hij is geboren op 13 april 1863, trouwt op 29 juni 1887, 24 jaar, sergeant regiment grenadiers en jagers, met Elizabeth Knight, 22 jaar, naaister, en overlijdt op 31 juli 1926 in Den Haag.

Binnen het huwelijk van Geurt en Helena worden nog (minstens) twee zoons geboren, onder wie Eugenius Antonius van Nieuwenhuizen, op 3 september 1879. Op 26 juni 1901 is hij als sergeant getuige bij het huwelijk van een nichtje, waarbij hij claimt 24 jaar te zijn. Hij trouwt op 29 april 1908, 28 jaar, dan sergeant der grenadiers, met Adriana Gerardina Rühl, en overlijdt op 16 januari 1957 in Den Haag.

De conclusie is: G.C.E. en E.A. zijn broers (of half-broers) en allebei militaire schermers. Gerardus Christiaan Eugenius van Nieuwenhuizen is 37 jaar, sergeant-majoor en instructeur op de Normaal Schietschool in Den Haag, als hij in juni 1900 deelneemt aan het onderdeel schermen van de Wereldtentoonstelling in Parijs. Waarmee dit kleine stukje Olympische sportgeschiedenis dus is opgehelderd.

Bronnen

Bijkerk, Anthony. Olympisch Oranje: van Athene 1896 tot en met Londen 2012. Zomer- en Winterspelen: een compleet historisch overzicht van Nederlandse deelname aan de Olympische Spelen. Haarlem: Spaar en Hout, 2012.

Bijkerk, Anthony. Nederlandse Deelnemers aan de Tweede Olympisch Spelen Parijs 1900. Haarlem: De Vrieseborch, 2000.

Exposition universelle internationale de 1900 à Paris. Concours internationaux d’exercices physiques et de sports. Rapports publiés sous la direction de M.D. Mérillon, délégué général. Tome 1. Paris: Imprimerie nationale, 1901, 165; online op: http://library.la84.org/6oic/OfficialReports/1900/1900part1.pdf.

Mees, Henk, en Piet Lauwen. Olympische sporen in ’s-Hertogenbosch. Rosmalen: L’Esprit, 2012.

Kamphuis, H. ‘De Normaal Schiet-School te Den Haag, 1855-1933’, in: Armamentaria 15, 1980; online op: collectie.legermuseum.nl

Diverse Nederlandse kranten en sporttijdschriften.

Geen reactie's

Geef een reactie